Jesaja's droom (2007)

Als aanloop naar Kerstmis zou je een vroom verhaal verwachten over de aankondiging van de geboorte van de voorloper van Jezus. Maar niets daarvan. Wel krijgen we het verhaal te horen van het optreden van Johannes de Doper. Dreigend gaat hij te keer. ‘Reeds ligt de bijl aan de wortel van de boom.'
Hij spreekt over wannen en onblusbaar vuur en dit soort onheilspellende dingen meer. Als eerste kennismaking met de man kan het tellen.
Weg de romantiek van ijskegelverlichting, geurende kaarsen en dennentakken.
Weg de idyllische toekomst en paradijselijke vrede die Jesaja in de eerste lezing van deze zondag beschrijft.

Johannes de Doper leek een zonderling man te zijn, met een kleed van kameelhaar, levend in de woestijn, en zich voedend met sprinkhanen en wilde honing. Wat nog meer verbazing wekt: dat alle mensen uit de streek naar hem toe kwamen om zich te laten dopen terwijl ze hun zonden beleden.
Hij leek wel een goeroe te zijn, maar dan niet een goeroe in fijne merkkledij of wonend op een prachtig domein.
Zijn bizarre kledij riep de herinnering op aan de profeet Elia. Volgens rabbijnse traditie was de terugkomst van Elia het teken dat de Messias, de Gezalfde Gods, in aantocht was, dat het einde van de wereld nabij was, dat het eindoordeel voor de deur stond.

Die overtuiging heeft de doper de woestijn ingejaagd, weg van een wereld die tot ondergang is gedoemd. Het is in de woestijn dat hij zich door boetedoening en inkeer op de komst van het Godsrijk wilde voorbereiden. Het is daar dat hij het volk dat hem was gevolgd, opriep zich te bekeren.
Van oudsher is de woestijn een plaats van inkeer, van tot jezelf komen, van ontmoeting met de Eeuwige.

En laat vooral niemand denken dat de doop een magisch ritueel is waarmee iemand zich weet vrij te kopen. Er zal van binnen iets moeten gebeuren, zei Johannes. Daarbij is eenieder zelf verantwoordelijk en kan hij nooit een beroep doen op de kwaliteiten van zijn vader, ook al is zijn naam Abraham, noch kan hij zich er op laten voorstaan tot het Godsvolk te behoren. Alleen de vruchten aan de boom tellen.

Johannes vroeg de mensen zich te laten dopen als teken van een nieuw begin, als teken van bekering, van radicale omkeer, van het voornemen anders te gaan leven, van te kappen met de levenswijze die geen toekomst heeft.

Dan pas komt er ruimte voor het visioen van Jesaja, dan is er opnieuw toekomst, zal een twijg ontspruiten aan de stronk van Jesse en zal de Geest van de Heer op mensen rusten. Dan zal er gerechtigheid komen in de wereld, want men zal geen oordeel vellen naar uiterlijke schijn, eindelijk zal aan armen en kleinen recht verschaft worden. Het kwade zal niet de eindoverwinning halen. Oorlogen zullen wijken voor vrede en liefde. Vijandschap zal veranderen in harmonie en respect, want de gehele aarde zal vervuld zijn met liefde tot God.

Tot deze verwachting worden christenen in de advent opgeroepen. Dit is de toekomst waar we mogen naar uitzien. Maar het zal strijd kosten, verandering vragen, wij zullen onze levenswijze drastisch moeten veranderen.
De droom van Jesaja kan werkelijkheid worden als we maar doen wat Johannes de Doper vroeg. Dan mogen we vol vertrouwen uitzien naar de komst van de Heer Jezus die ons met vuur, zijn Geest, zal dopen.