2e zondag door het jaar A (2008)

Homilie

Verleden week hoorden we de tekst van Jesaja: 'Ik neem u bij de hand en waak over u en maak u voor de mensen tot het teken van mijn Verbond, tot een licht voor de volken (Jes. 42, 6).' Vandaag horen we een vervolg daarop: 'Gij zijt niet alleen mijn dienaar om Jakobs stammen op te richten en de rest van Israël terug te brengen. Ik maak U nu ook tot een licht voor de heidenen, zodat mijn heil tot de grenzen der aarde zal gaan.'

Verleden week hebben we nagedacht over Gods verbond met de mensen, de stappen die God met ons heeft gezet in die lange geschiedenis. De ontwikkeling vanaf de eerste mensen tot Noach, van Noach tot Abraham, van Abraham tot Mozes,van Mozes tot David en zo kwamen we uiteindelijk bij Jezus uit. We hebben toegelicht hoe Jezus Zelf ons Verbond met God is in levende lijve, in Lichaam en Bloed en hoe Hij ons zeven tekenen van zijn Nieuwe Verbond heeft nagelaten, waardoor wij mogen delen in Gods Verbond en waardoor wij mensen van het Nieuwe verbond kunnen zijn.

Dit weekend horen we Jesaja zeggen: 'Ik maak U nu ook tot een licht voor de heidenen, zodat mijn heil tot de grenzen der aarde zal gaan.' Jezus is een teken en Jezus is licht. U weet wat licht betekent. Onze ogen hebben licht nodig, anders zien we niets. We hebben in ons leven lichtende voorbeelden nodig.

Johannes de Doper zegt: 'Zie het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt.' Hij roept ons op om te zien. Johannes zegt dus: Zie, kijk, open je ogen, dat is het Lam van God.

Johannes wil ons leren zien, leren kijken. U kent ongetwijfeld het voorbeeld van de man die met een gids door de stad liep en door zijn eigen straat kwam. 'Kijk', zei de gids en wees naar een ingemetseld tegeltje, dat verwijst naar de eerste eigenaar die dit huis heeft laten bouwen. De man stond voor het huis van zijn buren en had het tegeltje dat de gids aanwees zelf nooit gezien.

Kijken moet je leren, dat merken we bij kunst, bij de natuur, maar ook bij mensen onderling. Wat zie je in iemand, zie je iemand wel echt?

'Zie het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt.' Deze tekst zou onder elk kruisbeeld kunnen staan. Omhoog kijken en opkijken naar Hem die als een lam de zonden van de wereld draagt.

Johannes zegt dat hij zelf ook eerst iets heeft gezien. Hij zei: 'Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen en Hij bleef op Hem rusten.' En daarna spreekt Johannes nog twee keer over zien: 'Hij die mij gezonden had sprak: Op wie gij de Geest zult zien neerdalen ... Hij is het.' En tenslotte zegt hij: 'Ik heb het zelf gezien. Deze is de Zoon van God'.

Het gaat er dus om: Wat zie je in Jezus? Zie je Hem eigenlijk wel, zie je het zitten om zijn voorbeeld te volgen? Zie je met je geloof meer dan wat je ogen kunnen zien?

Het is duidelijk. Johannes zegt: 'Zie het Lam van God.' Maar ze zien geen lam, ze zien een mens. Straks zeg ik hetzelfde wanneer ik de hostie ophef, vooraf aan de Communie: 'Zie het lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld.' U ziet dan geen lam maar een hostie. In feite gebeurt hier hetzelfde als tweeduizend jaar geleden. We worden opgeroepen om te zien, om meer te zien dan wat onze ogen kunnen zien. Die mens is het Lam van God. Die hostie is het Lam van God.

Zo gaat het met Jezus al tweeduizend jaar. De Kerk geeft iets door, van generatie op generatie, de Kerk geeft een 'zien' door, een ander zien dan hoe de wereld ziet. Johannes eindigt met de woorden: 'Deze is de Zoon van God'. Alles wat Johannes heeft mogen zien komt samen in deze woorden: 'Deze is de Zoon van God'.

Maar ze zien een mens. Kun je een mens zien en zeggen dat deze de Zoon van God is? Wat hier gebeurt, raakt de kern van ons geloof. Ik til een boek op, ik lees u voor en zeg: 'Zo spreekt de Heer.' Maar ik heb het toch zelf voorgelezen? En die woorden in de Bijbel zijn toch door mensen opgeschreven? Dat zijn toch mensenwoorden vanuit menselijke ervaringen en menselijke geschiedenissen, met menselijke, zwakheden en heldendaden? En toch zeggen we: 'Zo spreekt de Heer', niet: 'Zo spreekt de pastoor'.

Eerst zeg ik: 'Zie het Lam Gods', daarna zeg ik bij het Communie uitreiken: 'Lichaam van Christus'. Maar u ziet brood. Wanneer een kind gedoopt wordt, zeggen we dat het kind van God is geworden. Maar we zien gewoon een kind.

Onze tijd lijkt niet gunstig voor ons geloof, want wij spreken over dingen die we zien, maar geloven in dat wat we niet kunnen zien. De wetenschap kan alleen werken met dat wat ze kan zien, meten of wiskundig vaststellen. Onze wetenschap is groot geworden door empirische experimenten. Toch doen we in de wetenschap hetzelfde. We zien botten in de grond, we zien aardlagen en we zeggen er is een evolutie geweest. We zien ijskappen smelten en de temperatuur oplopen en zeggen: Wij mensen dragen bij aan een broeikaseffect. We zien een zwarte vlek in de ruimte, noemen het een zwart gat en zeggen dat er binnenin enorm veel dichte massa zit.

We geloven mensen op hun woord, wanneer zij onderzoek hebben gedaan op de Noord of de Zuidpool. We geloven wetenschappers die de menselijke genen in kaart hebben gebracht. Het is niet anders dan zoals het altijd was, ook in de Kerk. We geloven Johannes de Doper op zijn Woord, om dat wat hij gezien heeft. We geloven de evangelisten op hun woord dat zij allerlei gebeurtenissen trouw en waarachtig hebben doorgegeven. We geloven de vrouwen die bij het lege graf kwamen en een verschijning kregen. We geloven de leerlingen die Jezus zagen na zijn verrijzenis. We geloven en ons geloof helpt ons te zien.

Want wanneer we in de kerk met de ogen van het geloof leren zien, dan kunnen we in onze wereld herkennen hoe God aan het werk is. Dan zie je in de dood een kiem van nieuw leven. Dan zie je de tekenen van de tijd en besef je dat God doorgaat. Dan leer je in je eigen leven Gods aanwezigheid te zien. Dan zie je in man, vrouw en kinderen, tekenen van Gods liefde, hoe God ons uitnodigt een stap verder te doen en van deze wereld iets moois te maken.

Wij mogen in Jezus Gods Zoon zien. God ziet in ons zijn Kinderen. Amen.

 

Begroeting

Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.
Johannes wijst ons vandaag op Jezus. Zie het Lam van God. Dit zachtmoedige Lam, dat de zonden van de wereld wegneemt, mogen wij ontmoeten in het teken van zijn Nieuwe Verbond, in deze Eucharistie.
Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.

 

Voorbede

Bidden wij, één in geloof, tot onze hemelse Vader.

Bidden wij voor alle gelovigen op onze aarde, om openheid van geest, om ontvankelijkheid en een zuivere blik, opdat allen helder krijgen wat God ons wil laten zien. Laat ons bidden.

Bidden we voor onze wereld. Om zieners zoals Johannes de Doper, die zuiver van hart en geleid door de heilige Geest mensen de richting wijzen. Bidden wij dat er in de wereld een oprechte interesse in Christus mag groeien. Laat ons bidden.

Bidden we voor onze parochies. Dat het proces van samenwerking alle deelnemers mag inspireren. Bidden we om een nieuw elan, dat we ook individueel keuzes maken waarmee we de geloofsgemeenschap ten dienste staan. Laat ons bidden.

Bidden we voor de gezinnen in onze parochies. Om een goed gezinsbeleid, om vindingrijkheid en kracht om te kiezen voor dat wat werkelijk toekomst heeft. Laat ons bidden.