Hij heeft mij de ogen geopend

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Sinds bijna twintig jaar zeggen geleerden ons dat onze bossen zul­len wegsterven, als wij zo doorgaan met milieuvervuiling. Maar men deed er niets aan. Nu, eindelijk, nu het bijna te laat is, begin­nen wij wakker te worden en het in te zien. Tevoren waren wij blind.

Hetzelfde geldt ook in ons privé-leven. Reeds lang weet ik b.v. dat ik verkeerd leef; dat ik, door in zo'n tempo te leven, mezelf kapot maak. Maar ik ben blind, ik verander me niet. Ik zie al lang in dat ik met mijn vrouw zou moeten praten, dat het klimaat tussen ons verpest is, ik moet mij en haar de ogen openen en klare wijn schenken. Maar ik doe het niet, ik speel blindeman en steek mijn kop in het zand. Ik ben ziende blind.

Een laatste voorbeeld. Ik zie de kerk zoals ze is. In veel dingen mag ze mij ontgoochelen. Ik zie alleen de buitenkant. Ik zie ook de liturgische vieringen, ik zie brood en wijn. Ik zie dat alles met de ogen van iedereen. Maar wat dit alles voor een gelovige bete­kent, dat zie ik niet. Voor de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus zijn mijn ogen gesloten. Daarvoor ben ik blind.

Wie zo denkt, gedraagt zich zoals de farizeeën en de Joden in de geschiedenis van de ziende blinde. Zij willen niet waarnemen wat ze voor hun ogen zien. Zij zijn stekeblind. Terwijl Jezus hun de ogen wil openen, zijn ze zozeer in hun eigen duisternis verstrikt, dat ze Hem uit hun leven bannen, en zienderogen gaan ze hun ver­derf tegemoet. De blindgeborene daarentegen wordt tot een teken dat het ook anders kan. Hij wordt tot een duidelijk teken voor de farizeeën, voor ons, voor allen. Voor de blinde gaan de ogen open en stapsgewijze erkent hij steeds duidelijker, wie Jezus is en wat Hij voor hem betekenen kan. Tenslotte komt hij tot het beslissend inzicht: ik geloof. Hij is ziende geworden; in zijn geloof in Jezus ziet hij alles in een nieuw licht. Het is geen toeval dat men niet wil geloven, wie hem ziende heeft gemaakt.

Reeds de eerste Kerk heeft deze geschiedenis toegepast op de doop, op het gelovig worden. Wie na jarenlange voorbereiding de doop ontving, die werd ‘verlicht'. Hij zag zijn leven voortaan in een ander licht. De doop betekent een radicale ommekeer van de duisternis naar het licht, van de dood naar het leven. Daarom lezen wij vandaag reeds dit evangelie met het zicht op de paasnacht en op de hernieuwing van de doopbeloften. Als de paaskaars plechtig ontstoken zal worden, dan wordt daardoor symbo­lisch aangeduid dat wij licht ontvangen van Zijn licht, zodat in dat licht, alles nieuw wordt. Jezus wordt dan ons leven. Als wij leven vanuit Jezus, valt op alles een ander licht. Waar de ongelovige alleen nuchtere feiten ziet, ziet de christen God zelf werkzaam in de alledaagse dingen, ziet hij in Jezus God met ons, ziet hij in de Kerk, ondanks alles, toch Jezus handelend aanwezig. Hem zijn de ogen open gegaan, en hij zal zich getuigend inzetten opdat ook bij anderen de ogen opengaan.

Het licht van de ogen te mogen ontvangen is een grote gave Gods, het licht van het geloof te mogen ontvangen is nog een veel grotere gave...