Roepen tot ze je horen

De preekstoel in de Gentse Sint-Michielskerk bevat een witmarmeren beeldengroep met een tafereel uit het Marcusevangelie: “Jezus geneest de blinde van Jericho.” Deze preekstoel is omstreeks 1846 gemaakt door vader en zoon Franck.

Bartimeüs, de blinde bedelaar langs de weg, ziet na een ontmoeting met Jezus. Hij volgt Jezus en trekt met hem mee naar Jeruzalem. Hij nodigt ons uit ons tot Jezus te wenden, hem te vragen dat hij onze verblindheid wegneemt en wij Jezus kunnen volgen.

Een dubbele handicap: blind en bedelaar

Een blinde bedelaar langs de weg. Met deze sobere vermelding tekent Marcus het drama van vele gehandicapten in de oudheid. De handicap bracht hen onvermijdelijk tot de bedelstaf en duwt hen aan de rand van de maatschappij. De familie wou weinig te maken hebben met haar gehandicapten. Deze waren hen tot last en, erg genoeg, werd de handicap in verband gebracht met onheil, op de hals gehaald door de ouders of door de gehandicapte zelf.

De blinde bedelaars aan de rand van de weg, zij zijn nog niet verdwenen. Blinden strompelen verder in landen van de Derde Wereld. Zij zitten her en der dicht bij druk bezochte monumenten om van toeristen een aalmoes te krijgen. De toerist voelt zich onwennig bij zulke beelden. Staat hij voor een mens in nood? Ja zeker. Tevens vreest hij dat verwanten de handicap van mensen gebruiken om geld te bekomen.

Gehandicaptenverenigingen in ons land hebben gereageerd en blijven reageren wanneer firma’s de handicap van mensen gebruiken om producten te verkopen. Gehandicapten zelf protesteren als ze enkel maar aanzien worden als voorwerp van liefdadigheid.

Bartimeüs, een blinde man. Wat ging er in hem om? Hoe voelen visueel gehandicapten zich?  Ze willen niet betutteld worden.  Ze vinden het ongepast als hun elk initiatief ontnomen wordt. Ze keuren het af wanneer mensen rondom hen fezelen en hen als voor sukkelaars aanzien.

Bartimeüs, een durver

Bartimeüs wou contact met Jezus. Dit is begrijpelijk. Hij wou zien. Wellicht had hij het bericht opgevangen dat Jezus reeds blinden had genezen, bijvoorbeeld  in Bethsaïda (Mc. 8,22). Hij kende misschien de woorden van de profeet Jeremia dat de Heer begaan is met blinden en lammen en dat God hen zou leiden langs gebaande wegen zodat ze niet zouden struikelen (Jer. 31,7-9).

Bartimeüs laat zich horen. Hij roept op Jezus. Maar de omgeving is hard. Ze legt de blinde man het zwijgen op. De gezonden wilden Jezus alleen voor zich houden. Vonden ze het ongepast dat Jezus zich zou inlaten met ziekte en handicap?  Een Messias voor de sterken, voor hen die mee kunnen opstappen. Geen Messias voor de zwakken, voor mensen aan de rand.  Een bittere realiteit.

Gezonden willen niet gehinderd worden door gehandicapten. Zij zijn geërgerd, zelfs in 2015, als deze een plaats willen in een restaurant aan de zeedijk. Bartimeüs laat zich niet in de war brengen door de barse omstanders. Hij roept nog veel luider en Jezus hoort hem.

Bartimeüs komt op voor zichzelf. Hij is assertief, om een hedendaagse term te gebruiken. Volgde hij een training in empowerment ! Gehandicapten willen geen overbescherming. Zij laten hun stem horen wanneer plaatsen en ruimtes hun ontzegd worden of ontoegankelijk zijn.        Zij zijn uit hun isolement getreden en wensen verantwoordelijkheid op te nemen. Een van hun belangrijke woordvoerders was J.P. Goetghebuer (1945-2015) met zijn publicaties, o.a. De handicap voorbij.

Jezus ziet het geloof.

Jezus hoort de roep van Bartimeüs en meteen verandert de houding van de omstanders. Waar ze hem voorheen verhinderden bij Jezus te komen, spreken ze hem nu moed in. Wanneer iemand het tij doet keren, volgen meteen anderen. Zo zijn bewegingen ontstaan waarin gehandicapten zich tot zelfredzaamheid bekwamen en ijveren voor integratie.

Jezus geneest de blinde. Een totale ommekeer. Zien wat je nooit eerder zag.
Elke genezingsverhaal in de Schrift nodigt uit om te danken voor het wonder.  Maar meteen rijst de vraag waarom zoveel anderen niet genezen worden. Of voltrekt zich toch het wonder, bijvoorbeeld door de vooruitgang van de oogheelkunde en door de vorming, gegeven aan visueel gehandicapten. Zo heeft Licht en Liefde  de vlaamsoogpunten, ‘inloopcentra’ waar allerlei expertise en organisaties ten dienste van slechtziende en blinde mensen samen gebracht worden.

Bartimeüs, volgeling van Jezus

Bartimeüs zet een fantastische stap van zodra hij zien kan. Hij gaat mee met Jezus en wordt een volgeling. Hij sluit zich aan bij de tocht van Jezus naar Jeruzalem. Dit is de sterkste zin in dit evangelieverhaal van Marcus. Dit wil Marcus onderstrepen dat Bartimeüs een volgeling is zoals hij verwacht van zijn toehoorders en lezers. De man die blind was geweest, treedt toe tot het gezelschap van Jezus, wanneer de moeilijkste periode in het leven van Jezus begint. Opgaan naar Jeruzalem, de stad waar hij zal gekruisigd worden.

De grote menigte die er bij is wanneer Jezus Jericho verliet, blijft achter en gaat niet mee naar Jeruzalem. Bartimeüs, de man aan de rand van de weg, is voortaan bij de groep van Jezus en leeft mee met de vrienden die Jezus trouw blijven en de jonge christengemeenschap zullen uitmaken. Misschien is dit een verklaring waarom Bartimeüs een van de weinige is die in het evangelie met name werd genoemd.

Onze stap

De evangelist laat vaak horen dat wij ziende blind zijn.  Jezus wil ons van onze blindheid bevrijden. ‘Het gaat niet alleen over hen die fysiek blind zijn. Er is een geestelijke blindheid die erger is.

“Velen zijn blind door de zonde, moreel blind voor goed en kwaad. We aanvaarden soms gemakkelijk wat tegen Gods geboden ingaat, omdat we redeneren: iedereen doet het. Zo kan een hele natie blind worden voor Gods weg. We kunnen mensen blind maken door ons ongeloof. Er zijn zoveel leugens die aan jongeren als waarheid worden verteld. Daarom moeten we bidden om in staat te zijn tegen de leugens in te gaan, om het onderscheid te zien tussen licht en duisternis. We hebben een zending om de blindheid van de wereld te stellen tegenover het licht van God” (Zuster Briege McKenna).

Met Bartimeüs bidden we: “Rabboeni, Heer Jezus, maak dat ik zien kan.”