Als je elkaar (2006)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

DE JAS


De blinde Bartimeüs is erg opgewonden als hij hoort dat de genezer Jezus voorbij komt. Zijn vrienden kalmeren hem. ‘Rustig. Hij roept je!’ De jas die Bartimeüs over zijn schouders had hangen, werpt hij van zich af. Het is koud als je ligt te bedelen langs de weg, ook in Israël. Hij springt overeind. Marcus beschrijft het tafereel gedetailleerd. Hij ziet het nog helemaal voor zich. ‘Wat kan ik voor je doen?’ vraagt Jezus. ‘Dat ik weer kan zien’, zegt de blinde. ‘Weer’! Kennelijk heeft hij vroeger kunnen zien. Een ziekte heeft hem het zicht ontnomen.

GEHANDICAPT (1)

Ik zie wel eens een reclame op de televisie voor blindengeleidehonden. Aan een jongen wordt gevraagd wat hij het ergste van zijn blindheid vindt. ‘Dat ik geen meisjes kan zien!’ Ik begrijp daaruit dat hij niet blindgeboren is.
Ik herinner mij een tante die blind werd. Ze vond het verschrikkelijk. Tante Riet had altijd een zekere sjiek over zich. Deftig vonden we haar. Ze rook altijd naar bloemen in een tijd waarin de wereld naar de stal rook. De blindheid maakte haar totaal depressief. Toen ik haar vroeg wat ze het ergste vond, zei ze: ‘Het ergste vind ik, dat ik niet kan zien hoe ik eruit zie. Ik kan niet meer even in de spiegel kijken voor ik de deur uitga, of alles goed zit.’ Dit antwoord maakte veel duidelijk. Haar vermogen om te kijken bracht vooral ook het besef mee gezien te worden.
Het is niet makkelijk om je het leven van een blinde voor te stellen. Ik las ergens een parodie op de zienden, hoe zij spreken over blinden. In de tekst werd de wereld omgedraaid. Er werd uitgelegd wat zienden voor soort volk was. Er stond onder andere dit:

GEHANDICAPT (2)

‘Zienden zijn normale mensen. Zij kunnen kinderen krijgen en zelfstandig opvoeden. Zienden zijn gewend om de wereld in visuele termen te ervaren. Ze zijn vaak niet in staat om die ervaring onder woorden te brengen. Ze vallen terug op gebaren en gezichtsuitdrukkingen om hun emoties te tonen. Zodra het donker wordt kunnen ze niet meer goed functioneren. Zienden zijn genoodzaakt tegen hoge kosten hun woning te verlichting. De meeste gemeenten hebben op gemeenschapskosten straatverlichting aan gebracht. Zienden kunnen zeer nerveus worden als de verlichting uitvalt. Pak in zo'n geval de ziende bij de arm. Praat op kalmerende toon en activeer de aardlekschakelaar. Een discussie tussen een groep zienden klinkt chaotisch. Elkaar in de rede vallen, alsmede een verhaallijn niet vasthouden, komt veel voor. Trek hieruit niet de conclusie, dat alle zienden dom zijn. Onder zienden zijn er, die een universitaire graad hebben behaald, en sommige bekleden hoge functies. Realiseer je dat zienden ook mensen zijn!’

REDDING

Toen ik dat las dacht ik: zou Marcus misschien ook een loopje met de lezer nemen? Zou hij met Bartimeüs de ziende bedoelen die blind is voor het geheim achter het leven? Zou hij met de blinde de mens bedoelen die alleen zichzelf in de spiegel ziet. Die slechts de oppervlakte ziet van de werkelijkheid waarin hij leeft?
Ik ben ervan overtuigd dat Marcus beide bedoelt. Uit het zinnetje van die jas die de blinde van zich afgooit, versta ik dat hij zich een waar gebeurd tafereel herinnert. Uit de slotzin, dat Bartimeüs Jezus volgde toen hem de ogen waren opengegaan, begrijp ik dat Marcus alle zienden een beetje blind vindt.
Van de blinde Bartimeüs kunnen we iets leren, namelijk wat het betekent om te kunnen vertrouwen. Zonder vertrouwen kan de blinde niet leven. Zijn vertrouwen wordt dikwijls beschaamd. Door een omgevallen fiets op zijn geleidestrook bijvoorbeeld. Hij moet de uitgestoken hand, zijn eigen gehoor, zijn hond..., hij moet òns blindelings vertrouwen. Zonder vertrouwen kan hij.., kan níemand leven. Wij hebben onszelf niet gemaakt, niet gewild, niet bedacht, niet uitgevonden. We kunnen onszelf niet redden. We zijn fundamenteel erop aangewezen om te vertrouwen! Ik zou haast zeggen: of we willen of niet! ‘Je vertrouwen is je redding’, zei Jezus hem.

DE OPERATIE

Lieve kinderen. Zondagmiddag bezoeken veel mensen het kerkhof. Ga jij ook? Ze leggen wat bloemen bij een graf. De doden kunnen we niet zien, maar we herinneren ons hoe lief ze waren. Ik vertel je ‘ns een grappig verhaaltje.
Een mevrouw lag in het ziekenhuis op de operatietafel. Het was heel spannend en ze was bijna dood. Even zag ze een geweldig licht en ze dacht dat ze bij God kwam en ze zei: ‘Ben ik in de hemel?’ God antwoordde: ‘Nee hoor, je moet nog ongeveer 25 jaar verder leven!’
Toen de vrouw was opgeknapt dacht ze: ‘Heerlijk, nog 25 jaar leven. Weet je wat? Dan laat ik alle rimpels wegnemen. En dan laat ik mijn dikke buikje ook weg opereren. En dan laat ik nog wat haren bij planten. En dan laat ik mijn neus een beetje recht zetten en mijn wenkbrauwen wat omhoog. En dan wil ik mijn kin een beetje naar voren...’ Enfin, drie maanden lag ze in het ziekenhuis. Ze had veel pijn en het kostte veel geld, maar ze werd elke week mooier. Tenslotte mocht ze naar huis. Opgewekt stapte ze naar buiten. ‘Wat zullen de buren zeggen, als ze me zien?’, dacht ze en toen werd ze ineens door een bus gegrepen. Pal voor het ziekenhuis. Weer zag ze een groot licht. Ze riep: ‘God, U had toch gezegd dat ik nog 25 jaar mocht leven!’ ‘Ach. Liza’, riep God geschrokken. ‘Ben jij het? Ik had je niet herkend!’
Lieve kinderen. Wij geloven dat God de mens niet van de buitenkant bekijkt. Hij kijkt in ons hart, naar onze lieve bedoelingen. Hij kent ook onze angst. En Hij zorgt voor ons. Wat ons ook overkomt, in dit leven... en in de dood.