Wie ziet? Wie wordt gezien? 2003

Wat is het toch ontzettend druk. De kinderen moeten naar de muziekles worden gebracht. Jij moet nog gaan vergaderen voor de ouderraad van de basisschool. Ik moet nog naar de voorlichtingsavond voor de eerste communie in de parochie en eigenlijk moeten we "die" ook nog eens bellen, want dat is zo lang geleden. Als jij kookt en afwast dan zal ik de kinderen wegbrengen en even langs gaan bij mijn moeder. De komende weken kunnen we echt niks meer afspreken want de kalender staat hartstikke vol en ik moet ook nog bardienst draaien op zaterdagmorgen voor de voetbalclub. We hebben afgesproken om ook de familie reünie voor te bereiden met mijn oudste zus. Ik zie niet in hoe we het allemaal klaar moeten krijgen. En nou gaat de verwarming ook nog stuk en iedereen heeft het te druk om daarnaar te komen kijken. Daarbij slaap ik de laatste tijd ook nog eens slecht omdat ik gewoon te moe ben om mijn ogen dicht te doen".

Een herkenbare klacht van ouders en opvoeders: druk, druk , druk! Druk met werk, met de kinderen, met sociale contacten. Veel mensen lopen tegen de drukte van het leven aan en zien een tijd helemaal niets meer dan alleen de drukte: stress krijg je dan en een burn out. Buitenlandse namen voor ziektes, die heel dicht bij je komen. Zo dichtbij dat je het niet meer ziet zitten, dat je de zon niet meer ziet schijnen, zo dichtbij dat je niet eens meer ziet dat je veel van je kinderen houdt omdat je alleen ziet waar ze nog naar toe gebracht moeten worden en dat ze lastig zijn en altijd vragen blijven stellen.

Zo ben je gezond, maar aan de andere kant ook blind voor alles wat het leven eigenlijk zo mooi maakt: Opgeslokt: je laten opslokken door de drukte van het leven, je laten opslokken door je werk je salaris, je carriere, de economische groei en door de gejaagdheid van de tijd. De gedachte dat je geleefd wordt, dat je het niet meer in eigen hand hebt, dat je als een blinde door het leven struint. Geen tijd voor jezelf meer. Geen zicht meer op wie je zelf bent, laat staan tijd voor God en geloof.

Toch zit 'm daar nou net de kneep volgens de eerste lezing van de profeet Jeremia. Hij laat Jahwe, laat God zelf zeggen: bedroefd ging ze heen en getroost leid ik hen terug van alle kanten. Ik voer hen naar stromende beken, langs wegen waarop je niet kunt struikelen.

Wie heeft daar nou geen behoefte aan …aan een stromend levensbeekje, waar je tot rust kunt komen, een levensweg waarop je even niet zult struikelen. Je moet met zoveel mensen en dingen rekening houden dat struikelen niet kan uitblijven en toch zegt de profeet: ga even van die drukke weg af en kom tot rust bij God zelf die als een Vader en een Moeder tegelijk voor je wil zijn. Hij is immers -zo staat er - de vader van heel Israël, de vader van de wereld, van elk mensenkind dus.

Daarop kunnen vertrouwen, is zien wat er niet is (want zien kun je God niet), is dus ook heel veel loslaten en erop vertrouwen dat God van mensen houdt en dus ook van jou. Loslaten dat jezelf alles leidt, loslaten dat alles zo nodig moet en je overgeven aan God die Liefde is en die mensen van hun blindheid voor wat werkelijk belangrijk is, wil genezen.

Momenten waarop je dit mag beleven zijn er niet elke dag, maar gebeuren soms even. Ervaren dat je gedragen wordt, dat je niet alles zelf hoeft te doen, dat zeker God zijn steentje bijdraagt. Paus Johannes de 23ste die 40 jaar geleden het tweede Vaticaanse concilie organiseerde, kon dat op een bijzondere manier. Hij werkte zich uit de naad voor de kerk, dag in en dag uit, maar kon het werk ook op momenten loslaten. Johannes de 23ste kon 's avonds voor dat hij ging slapen bidden: Heer, het is ook Uw kerk. Ik ga lekker slapen. Zorgt er nu maar voor want het zijn Uw mensen.

Zo gaf hij ruimte aan God en bracht rust voor zichzelf. Hij zag dat hij gedragen werd door God zelf en bood daardoor volop ruimte aan elke individuele gelovige mens.

Geen oproep vandaag om de handen uit de mouwen te steken, maar veel meer om in onszelf te keren en na te denken of ook wij wat aan God kunnen overlaten aan God die ons ziet, kent bij naam en ons bemint.