Zoon van David, heb medelijden met mij (2003)

Nog niet gepubliceerd
×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 538 niet laden
"Zoon van David, heb medelijden met mij", roept de blinde bedelaar langs de weg, net voorbij Jericho.
Iedereen die Israël een beetje kent wéét: Jericho is de laatste pleisterplaats voor Jerusalem. Jericho, de palmenstad is de oase, waar je kracht opdoet voor het laatste deel van jouw tocht naar Jerusalem. Nog voordat Jesus de bestemming van zijn reis bereikt (stad van zijn hart Jiroesjalajiem); nog voordat Hij zal worden begroet door de inwoners van Jerusalem met juichende kreten, - zij zullen roepen: "Gezegend het koninkrijk dat komen gaat, van onze vader David", - nog voordat de massa Hem bij name noemt en begroet, is daar al een blinde man, die op eigen kracht niet kan meekomen. Hij kan alleen maar horen en dat is genoeg om Jesus te herkennen. Hij noemt Jesus bij zijn diepste naam: 'Zoon van David'.

Wie is David, die koninklijke voorvader van Jesus; die de mensen in Jesus' tijd weer herkenden in de gestalte, het optreden, de stem van Jesus?
David was niet aan de tafel van zijn vader Isaï, de veehouder uit Bethlehem. U hoorde het : alle zeven zonen werden aan de oude profeet Samuël voorgesteld. Hij moest, ook al regeerde de eerste koning van Israël, Saul, nog: arme, mislukte Saul: grote rijzige man, die al vanaf het begin twijfel had aan zichzelf en met het klimmen van de regeringsjaren alleen maar meer was gaan twijfelen, totdat hij er overspannen van werd; Samuël moest alvast een tweede koning zalven: één van de zonen van de schapenhouder Isaï in Bethlehem.

Wie van zijn vele zonen zou het moeten worden? Ook de oude, wijze profeet denkt dat het wel een grote, sterke zoon moet zijn. Maar Samuël mag niet af gaan op zijn voorkomen of rijzige gestalte; hem wil Ik niet. Want God ziet niet zoals een mens ziet; een mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer kijkt naar het hart". De profeet, de gelovige moet zich niet laten begoochelen door wat zijn ogen zien, hij moet zoals de blinde Bartimeüs langs de kant van de weg, zien en horen met zijn hart.

"Zijn dat al uw jongens?" vraagt Samuël aan de trotse Isaï.
"Alleen de jongste ontbreekt; die hoedt de schapen". De jongste die niet rustig aanzit aan de tafel van zijn vader, maar achter de schapen aan is, om die te hoeden en te bewaren. De Heer is een herder, geen heerser. "Hij legt mij in grazige weiden. Hij geeft rust aan mijn ziel".
"Hem moet u zalven, hij is het", krijgt Samuël te horen.
"Gij zalft met olie mijn hoofd".
"Samuël nam dus de hoorn met olie en zalfde hem te midden van zijn broeders".
Zo moet de vorst zijn van Gods volk. Hij is van achter de schapen gehaald. Er wordt niet gekeken naar rijzige gestalte. Dat was nog wel gebeurd bij de keuze van Saul. Het volk had immers een koning afgedwongen zoals alle volken die hebben. Een opvallende, sterke verschijning moest het zijn. Dat sterke koningschap was mislukt. Arme Saul. Hij zat helemaal klem tussen de overspannen verwachtingen van het volk en zijn eigen diepe onzekerheid. Wij hoorden het: het koningschap had van hem een gekwelde man gemaakt, heen en weer geslingerd door een boze geest. Kan er niet iemand komen om hem te kalmeren? David wordt er op af gestuurd. David kon niet alleen de schapen hoeden, hij kon de schapen ook tot rust brengen met zijn snarenspel. En nu wordt hij geroepen om de trieste, verwarde herder van de kudde van God rust te geven: "Hij geeft rust aan mijn ziel".
"Telkens als de boze geest Saul lastig viel, nam David de citer en speelde hij erop: dan kalmeerde Saul en voelde hij zich beter".

"Zoon van David, heb medelijden met mij", roept de blinde Bartimeüs langs de kant van de weg. De ziende mensen, die Jesus omringen, snauwen hem toe dat hij zijn mond moet houden. Maar de man weet op wie hij zijn vertrouwen heeft gesteld. Hij weet dat hier een nazaat voorbijgaat van David, die niet gekomen is met een rijzige gestalte, maar die een geduldige herder is van de schapen; die rust weet te brengen aan gekwelde mensen.
Jesus dringt zich ook niet aan hem op: "Wat wilt u dat Ik voor u doe?
Jesus is niet zoals de omstanders die hem het zwijgen opleggen; blijf jij maar zitten langs de kant van de weg, voor jou is er toch geen uitzicht. Nee, Jesus laat de arme, de bedelaar, de blinde aan het woord komen. Hij spreekt met hem, van hart tot hart. Hij behandelt hem niet vanuit de hoogte. Hij vraagt hem wat hij verlangt. "Meester, dat ik weer kan zien". 'Delf mijn gezicht op..laat mij leven bloot en onomwonden, aan niets en niemand meer ten prooi'.
"Uw vertrouwen is uw reddding. Meteen kon hij zien en volgde Hem op zijn weg".

Vorige week zondag heeft paus Johannes Paulus Moeder Teresa zalig verklaard. Ooit was zij hier in onze kerk, te gast van deken Keet en van onze parochie. Al ruim vijf jaar na haar sterven is zijn zaliggesproken. Omdat talloze gelovigen gevoeld hebben: in haar kleine, gebogen gestalte; in haar gelaat dat zich neerboog voor de armen, de slachtoffers van een harde maatschappij, de stervenden, herkennen wij het gelaat van de zoon van David, Jesus van Nazaret, die geen gestalte en aanzien had in deze wereld.

Vorige week verklaarde de oude, gebogen paus, die ineengedoken zat tussen de rijzige gestalten van kardinalen, die bijna steeds voor hem het woord deden, haar zalig. Het is goed dat de paus zich laat zien in zijn kwetsbaarheid en die uit handen geeft; het is goed dat de paus, de kerk van Christus deze gebogen vrouw uit Calcutta ons ten voorbeeld stelt. Wij kunnen Christus op zijn weg volgen, wij kunnen God ervaren in het gelaat van mensen naar wie de meesten vergeten te luisteren; van mensen die verlangen naar uitzicht; van mensen die weet hebben van Gods stad van vrede en die daarheen onderweg willen gaan.

Laten wij op onze beurt met David en zijn nakomeling, Jesus Messias, met moeder Teresa en met onze jubilerende paus, zoeken naar Gods gelaat in de ogen van allen die wij ontmoeten op onze weg naar de stad van vrede.

Amen.