Maak dat ik kan zien (2003)

Af en toe, als ik aan het werk ben in de pastorie van de St. Bavo te Haarlem, gebeurt het dat er mensen aanbellen die vragen of ze de kerk even mogen bekijken. Meestal komen ze van ver en als ik een beetje de tijd heb, dan laat ik ze wel binnen. Afgelopen donderdag belde er een groep jonge mensen uit Oost-Duitsland aan, studenten aan een kunstopleiding. Het is natuurlijk ook altijd leuk om aan zo'n geïnteresseerde groep de prachtige Bavo te tonen. Toen ze de kerk binnenliepen, vielen bij een aantal hun monden open van verbazing. Onmiddellijk kozen ze ieder hun eigen weg door het gebouw, de meesten gewapend met een foto-camera. Ik bleef in de kerk bij ze en probeerde zo goed mogelijk in het Duits hen wat uitleg te geven over wat ze zagen. Onder de indruk van het bouwwerk ontwikkelde zich een bijzonder gesprek tussen ons. Op een gegeven moment brachten ze de vraag naar voren: Waarom is het toch zo, dat je, wanneer je een kerk binnenkomt, vanzelf gaat fluisteren en stil wordt?

Ik zei toen tegen hen: Dat lijkt me een vraag waar jullie net zo goed een antwoord op zouden kunnen geven als ik. 'Omdat het een heilige plaats is', zei en één. 'Omdat de grootte van het gebouw je imponeert' zei een ander'. 'Of misschien wel omdat je weet dat hier veel heeft plaatsgevonden' zei toen nog iemand, 'doopsel van pasgeborenen, huwelijken, en ook het afscheid van overledenen.' Maar waarschijnlijk is het ook niet helemaal te verwoorden en te verklaren, wat mensen kunnen ervaren bij het betreden van een kerkgebouw. Het gaat om iets dat je overstijgt, of een vermoeden van zo iets.

Het was het ZIEN, het zien van de kerk in dit geval, dat ons bracht tot dat gesprek, dat voor de korte tijd die de ontmoeting duurde, best snel vertrouwelijk was. Hoe zou het gegaan zijn, als er een blinde student in het groepje zat, dat ik de kerk binnenliet? Zou die hebben kunnen deelnemen aan ons gesprek, zou die onze ervaring delen van de sfeer die je kunt proeven bij het binnengaan van een kerk? Ik heb daar, als ziende, niet echt een voorstelling bij.

En zo heb ik - gelukkig toch wel - ook geen echte voorstelling bij hoe het is als je in figuurlijke zin niet meer ziet, als je het niet meer ziet zitten, als een mens echt in een depressie is gevangen. Mensen die dat overkomen is, zeggen daarover vaak dat je je er geen voorstelling van kunt maken, als je het niet zelf aan den lijve hebt ervaren, en dat wil ik wel geloven. Voor zover ik me die situatie kan inleven lijkt het me iets verschrikkelijks.

Vandaag horen we in de woorden van het evangelie hoe een blinde man Jezus roept. Op zich al bijzonder genoeg om even bij stil te staan. De blinde man, die langs de zijkant zit, veroordeeld tot bedelen om in leven te blijven, doorbreekt zelf zijn uitzichtloze positie. Hij roept Jezus, en als de mensen men toesissen dat hij zijn mond moet houden, blijft hij roepen: Jezus, zoon van David, ontferm u over mij! Jezus hoort hem en vraagt aan de mensen om de blinde man bij hem te brengen. De mensen die om de blinde man heen staan zeggen dan: Hoor! Hij roept je! De blinde man, die zich misschien wel eens afgevraagd heeft: Wat heeft het eigenlijk voor zin dat ik er ben? De man die de hele dag langs de kant van de weg de mensen lastigviel met zijn gebedel, wordt geroepene; je kunt werkelijk zeggen: Hij krijgt een roeping. Jezus roept hem en vraagt: 'Wat kan ik voor je doen?' Kort geleden had Jezus diezelfde vraag ook gesteld aan twee van zijn leerlingen, Jacobus en Johannes, die hem iets wilden vragen. Hun antwoord was toen geweest: 'Mogen wij straks in uw heerlijkheid naast u zitten, aan uw linker- en rechterhand?' We lazen dat stuk uit het evangelie vorige week, misschien kunt u het zich herinneren. Maar de blinde Bartimeüs vraagt aan Jezus: 'Rabboeni, maak dat ik kan zien.' Dat is een antwoord naar Jezus hart. Een antwoord waar Jezus mee verder kan, op zijn weg naar Jeruzalem. Een mens die ernaar verlangt om te zien, een mens die open wil staan voor een zien dat kan leiden tot geloven. Dit geloven is heel belangrijk, want nadat de man genezen is, zegt Jezus: 'Ga, uw geloof heeft u genezen.' Je zou wel eens willen weten hoe het verder is gegaan met deze man, die Jezus aansprak met Zoon van David, en hem zo midden in de bevrijdende geschiedenis van God met de mensen plaatste. Hij gaat Jezus volgen, lezen we. Maar hoe heeft hij zijn roeping als gelovig mens verder gestalte gegeven? We vernemen het helaas niet.

Het verhaal van de blinde Bartimeüs is een wonderverhaal. Het is geen medisch verhaal. Het vertelt ons niet hoe blinde mensen weer aan een gezichtsvermogen geholpen kunnen worden. Het is een verhaal dat iets zegt over dat mensen, wat hun capaciteiten en beperkingen ook mogen zijn, kunnen komen tot een zien met nieuwe ogen, tot een nieuw vergezicht. Een beetje op de manier waarop de studenten die de Bavokerk bekeken, iets "zagen" wat letterlijk niet te zien was, en zo kwamen tot een gesprek over het grote geheim dat bijvoorbeeld in een kerk voelbaar is, als je er voor open staat. Dat dat gebeurt heeft iets van een wondertje, het gaat ons te boven. Net zoals het een wonder is, dat een vrouw die ik ken, en die in een hele diepe depressie heeft gezeten, sinds enige tijd uit de depressie is, en nieuwe levenszin en moed heeft gevonden. Zij zelf kan dat alleen maar als een wonder beschouwen, als iets dat haar gegeven is.
Er is een verhaal bekend over de bekering van de heilige Franciscus. Hij had een afschuw van zieke mensen. Hij wilde die ook helemaal niet zien. Hij leidde een rijk en goed leven. Totdat hij op zijn paard door de stad reed, langs een nis waarin een melaatse zat. Franciscus wendde zijn hoofd af, zoals altijd: Als ik niet kijk, is het er niet. Maar toen gebeurde het wonder. Alsof iemand zijn hoofd terugdraaide, werd hij gedwongen de melaatse aan te kijken, hij zag hem recht in de ogen. En zijn afschuw veranderde in medelijden. Dat was zijn ommekeer. Hij sloot zich aan bij de beweging van volgelingen van Christus, die ten diepste in de ander een naaste wilden zien, iemand als jijzelf. Willen zien, open staan is een belangrijke stap op weg naar geloven, een nieuwe horizon.

Amen.