30e zondag door het jaar

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 362 niet laden

Er zijn twee soorten blinden : Vooreerst de visueel gehandicapten, de echte blinden en de tweede soort, de mensen met gezonde ogen maar die ‘het' niet meer zien zitten.

Er is een groot verschil tussen beide. De echte blinden hebben niet de indruk in het donker te leven, de andere wel. Zij zien de zon, maar voor hen schijnt ze niet. Zij kunnen wegzinken weg in de depressie, in de melancholie.

Dergelijke duisternis is dikwijls het gevolg van een verfijnd en intens waarnemen van de werkelijkheid, van een intens aanvoelen ervan, van een grondig nadenken over zichzelf en de wereld rondom.

De geestelijke nood groeit aan tot een ervaren van de afgrond.

Niet alleen grote denkers en kunstenaars maken het mee ook zoveel gewone mannen en vrouwen.

Het geloof is niet altijd een remedie. Soms kan het geloof aanleiding zijn tot de innerlijke duisternis als al het goede dat men ooit gedaan heeft zinloos schijnt, tevergeefs, als het verleden geen aansluiting meer vindt bij het heden. Zo komen mensen tot die geestelijke nacht.

Zij blijven in gezelschap afzijdig aan de gesprekken hoewel zij veel te zeggen hebben. Zij verkiezen de afzondering, de duisternis zelfs. Zij komen geleidelijk in de marge terecht als stille en bange wezens. De marginalen zijn niet altijd de mensen uit de vierde wereld of de criminelen of de aids-patiënten. Het zijn zo vaak mannen vrouwen die uiterlijk normaal functioneren maar van binnen één groot verdriet zijn.

‘Heer, maak dat ik zien kan.' Dat is de wanhoopskreet in het evangelie. Dat is de kreet die onuitgesproken leeft in het hart van mensen in depressie en melancholie. Laat me terug de zon zien schijnen, laat me weer het wonder zien achter de dingen.

De depris en de melancholici zijn geen aparte groep in de samenleving. Wij zijn allemaal heel kwetsbaar. Wij lopen allemaal op het randje van de afgrond van het niets. En er is echt niet veel nodig om ons te laten wegzinken.

Het verhaal van de blinde moet ons de ogen openen voor mensen die in duisternis leven en die daarom zo vaak in de marge terechtkomen.

Wij mogen hen niet nog verder in de stilte duwen, integendeel, we moeten dat bevrijdend woord in de mond durven nemen : ‘Schep moed, Hij roept u'. Christus roept elke mens om gelukkig te leven en gelukkig te maken. Dat is toch de bedoeling van de Schepper. Daartoe heeft Hij ons tot leven gekust. Een gemeenschap die zich christen noemt zal in tedere gevoeligheid openstaan voor elke mens in nood, vandaag vooral voor mensen in geestelijke nood, voor mensen die moeten leven in het donker.