Een huis om in te wonen (1997)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

BLAFFENDE PAPAGAAI

Na het overlijden van zijn vrouw kreeg de man een papagaai, iemand om te verzorgen en tevens aanspraak. Als ik er op bezoek kom begint de papagaai luidkeels te blaffen. Hij is niet te onderscheiden van een klein brutaal keffertje. Blaffen had het geleerd in zijn vorige huis. De papagaai is jaloers op de aandacht die de man mij geeft. Hij blaft en loopt naar het deurtje van de kooi, hij tikt de man door de tralies met de snavel op de hand en loopt vervolgens naar een knus hoekje van de kooi waar voer ligt en een spiegeltje. "Hij probeert mij naar binnen te lokken", legt de man uit. "Hij heeft het verschil in grootte niet in de gaten, waarschijnlijk telt alleen mijn hoofd, maar hij wil dat ik in zijn huis kom..."
Hetzelfde gedrag zie je wel eens bij 5 en 6-jarige kinderen. Ze pakken bij de voordeur je hand en tronen je rechtstreeks mee naar hun kamer.
Kennelijk hoort onze woning bij ons eigen ik. Het is een soort verlengstuk van het lichaam. Je leert iemand pas kennen als je hem in zijn omgeving ziet. Ouderen vinden het vaak verschrikkelijk om hun vertrouw de huis te moeten verlaten, want daarmee raken ze een stukje van zichzelf kwijt en van hun verleden.

HET HUIS VAN JEZUS

Het evangelie van Johannes ging hier ook over. Twee leerlingen volgen Jezus. "Zoeken jullie iets" zegt hij. "Waar woon je eigenlijk?" vragen zij. "Kom maar kij ken", zegt Jezus. Ze blijven er tot laat in de middag. Kennelijk heeft de visite indruk gemaakt want terstond gaat Andreas naar zijn broer Simon en zegt: "We zijn bij de Messias thuis geweest." De evangelist gaat verder met de opmerking dat Jezus besluit om naar Galilea te gaan. De zojuist bezichtigde woning speelt in het verhaal verder geen rol meer.
Het is een intrigerend stukje tekst. Waarom vermeldt Johannes dit huisbezoek? Waarom staat er met geen woord beschreven wat de leerlingen te zien krijgen. Iets moet hun daar overtuigd hebben. Het was hun idee om het huis te bezichtigen. Ze blijven er de hele dag.
Waarom dan geen woord over het interieur. Woonde Jezus er een beetje comfortabel of was het een eenvoudige kloostercel? Stond er meubilair? Was hij er alleen? Kregen ze er iets te eten. Liep er kleinvee rond? Niets wordt hier over gesteld. Terwijl toch met nadruk de nieuwsgierige vraag wordt gesteld en ze er bleven tot het tiende uur.

EEN VEILIGE WONING

Een huis is belangrijk. Het is een plek op aarde waar je je veilig bent gaan voelen. Je hebt er je vaste gewoonten. Af en toe gaat een mens wel eens op vakantie en slaapt in tenten of hotels, maar eigenlijk doet hij dat toch vooral om weer thuis te komen. Je omringt je met symbolen van wat voorbij en kostbaar is, met foto's van dierbaren, schilderijen met gevoelswaarde. Je hebt er je eigen beker om uit te drinken, je kent het aantal treden van de trap zonder ze ooit geteld te hebben en de geluiden van buizen en balken.
Dat kan wel eens anders. Als er ingebroken is, is dat huis plotseling zo veilig niet meer. Dan voel je je grof aangetast in je persoon. Een inbreker die je kamer heeft doorzocht heeft jouw persoon geweld aan gedaan. Zo voelt dat. Ook een splinternieuw huis vraagt tijd en geschiedenis om de nodige vertrouwde veiligheid te krijgen. Mensen laten daarom hun woning inzegenen, om het ook geestelijk in bezit te nemen.
In een huis staat ook een altaar. De Romeinen offerden er aan hun huisgoden. Hindoe's doen het nog. Vroeger was er een Mariabeeld in elk interieur. Er stonden soms bloemen voor. Bij het h. hartbeeld werd gebeden en gezongen. Op de schoorsteen staat een foto van een dierbare die er nog bij hoort. Er brandt een lichtje bij. Op de zij-altaren staan de kleinkinderen op een leeftijd waarop ze nog dagelijks werden gefotografeerd. Kortom, als je een mens wilt leren kennen dan komt na lijf en leden zijn woning. Daarom zouden we willen weten wat die twee leerlingen bij Jezus gezien hebben.
Zo veilig als de eigen woning is, zo graag gaan we er ook eens uit. Mensen die aan huis gebonden zijn voelen soms hoe de muren op hen af komen. Het huis waar je nooit uitkomt wordt een gevangenis. Daarom is het huis ook een thuisbasis van waaruit je de wereld intrekt om anderen te ontmoeten en vrede te stichten.

GOD IN ONS LEVEN VAN ALLEDAG

Jezus is geen idee. Jezus is geen Geest, geen spookachtige verschijning. Jezus is geen onbereikbaar ideaal. Dat is het wat de evangelist Johannes zo rond het jaar 100 wil zeggen tot de gelovigen. Jezus was een mens van vlees en bloed. Je kon bij hem binnenlopen en met hem eten. Het goddelijke speelt zich niet af in romantische landschappen en gefantaseerde tijdperken, maar hier in je eigen huis. In de gang, op de trap, in keuken en slaapkamer. Aan het rijk van God bouwen dat doe je met je eigen agenda, opstaand uit je eigen luie stoel, door je eigen telefoon en met je eigen beurs. Je huis is de plek waar je je doden herdenkt, waar je je plannen maakt. Waar je mensen vergeeft en troost. Je huis is je instrument van gastvrijheid, de plek waar je even een moment voor een ander kunt scheppen. Je huis is je bescherming tegen gewelddadige insluipers en daar reken ik ongewenst reclameboodschappen ook bij. De televisie hoeft de plaats van de huisaltaren niet in te nemen! De Messias was van vlees en bloed. God is met ons bezig in de gewone dingen thuis. Dat is de boodschap.

IEDEREEN HEEFT EEN HUIS. OF NIET?

Lieve kinderen, iedereen heeft een huis. Vogels hebben een nestje. Muizen een holletje. Honden een hokje, kinderen een bed vol knuffels of een boomhut, cavia's heb ben een kooi, alleen van vissen en vliegen weet ik het niet. Slakken hebben het ergste een huis. Een huis is belangrijk. Je moet 's nachts ergens zijn waar je veilig bent. Jezus had ook een huis. Je dacht toch niet dat hij in de kerststal was blijven wonen! Hoe dat huis er uit zag weten we niet. Niemand heeft dat opgeschreven. Het zal dus wel een doodnormaal gewoon huis zijn geweest. Maar zo'n huis was wel belangrijk want Jezus ging veel op reis. Vandaag in de kerk hebben we over ons huis nagedacht. En weet je, dan moeten we vooral even denken aan die miljoenen mensen op aarde die geen huis hebben. Vluchtelingen in kampen en barakken, zwerfkinderen en zwervers hier en in verre landen. Laten we hier voor hen bidden en misschien kunnen we ooit iets voor ze doen!