"duif" op de vlucht (2000)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

HET GEWETEN SMOREN


Van alle profeten is Jona de mooiste. Jona betekent “duif”. Jona is een kwetsbare vogel, een wat laffe, luie zanger, die in zijn hart wel hoort wat de Eeuwige van hem eist maar daarvoor op de vlucht gaat. Jona lijkt op ons. Wij horen ook wel wat de Liefde van ons eist. We voelen ons ongemakkelijk als we een halve kom hachee weggooien terwijl om de hoek een zwerver nadert. Maar er zijn zoveel drempels tussen wat de liefde ingeeft en het volgen ervan. Er staat veel angst tussen. Dus Jona stopt zijn oren dicht. Hij maakt een wereldreis, weg uit Israël met zijn lastige God. Hij boekt een reis naar Tarsis, het einde van de aarde. Als hij God ook aan boord tegenkomt, dan kruipt hij weg in het diepste binnenste van het schip. Hij gaat naar bed en trekt de dekens over zich heen. Hij zoekt de warmte van de roes, schenkt zich een goed glas wijn in, want alcohol smoort de stem van het geweten. Jona verzuipt. De boot wordt een monster.
Jona verzet zich tegen de stem van zijn geweten. We voelen het hem na. Op de eerste plaats vindt Jona zichzelf niet zo belangrijk. Wat maakt het ook uit? Was hij ster-reporter geweest van de Volkskrant of Witteman, ja dan zou hij roepen. Was hij prins geweest of minister president..., maar wat moet deze gewone jongen? Hij zou zich alleen maar belachelijk maken met zijn ingezonden brief of met zijn zure opmerking tijdens een feestje. Daarom vlucht Jona. Hij vervreemdt van zichzelf. Hij stort zich in vertier en zapt wat af. De stilte wil hij niet horen; daarin fluistert zijn geweten.
Maar Jona kan zichzelf niet ontlopen. Hij komt zich tegen, desnoods in de slaap, in een boze droom. De waarheid dringt zich op. Het is niet goed. Het is niet goed dat dieren uitsterven, dat mensen hongeren, dat oorlog woedt, dat kinderen onbemind zijn en mensen gediscrimineerd. Het is niet goed.

PROFEET TEGEN WIL EN DANK

Tenslotte is er de ontnuchtering. Jona ligt op het strand. Het is hem niet gelukt om zijn diepste overtuiging monddood te maken. Maar het kwaad is groot. Zo groot als Ninive. De vijandige stad, de onafzienbare straten met huizen vol mensen die van god noch gebod willen weten. Jona voelt zich machteloos. Hij kan de wereldorde niet beïnvloeden. De geschiedenis volgt zijn eigen wetten. Hij kan de ontbossing niet stoppen. Hij kan het broeikasteffect niet verhinderen. Hij kan de ozonlaag niet dichten, hij kan de eenzaamheid niet verzachten. Dus Jona volstaat met wat opmerkingen links en rechts. “Ninive, bekeer je, want anders is Gods geduld op!” Hij roept het hier en daar op een pleintje in de stad. Op een verjaardag komt hij met Max Havelaar koffie. Hij schrijft wat brieven voor Amnesty, hij wordt lid van de Natuurliefhebbers en maakt een bedrag over op Unicef. Zelfs stopt hij een zwerver een pakje sigaretten toe bij het station. Jona roept hier en daar wat op een speelplaats en op de boulevard. Maar echt geloven doet hij het niet. God zal de stad toch wel sparen. Al die zondaars zullen wel op wonderbaarlijke manier gered worden, en dan staat hij, de onheilsprofeet voor gek. Leer hem God kennen! Barmhartig voor zondaars en losbollen, maar deze brave duif moet Hij hebben!

WACHTEN OP HET WONDER

Dan gebeurt het wonder. Ninive bekeert zich! Dat is de kracht van het sprookje van Jona. Jona deed geen wonderen. Jona had weinig invloed. Jona mopperde en rommelde wat in de marge. Hij liet de stem van zijn geweten niet verstommen. En dat precies wordt beloond. Heerlijk verhaal voor alle idealisten van onze tijd. Gewoon doorgaan! Wacht maar op het wonder. Dat is altijd beter dan de stem van je geweten smoren en van jezelf, van het mooiste in jezelf, vervreemden.
De lezer die na dit happy end nog even verder leest die krijgt nog een beloning toe. Een grapje van God. Dat heb ik voor de kinderen bewaard.

HET WORMPJE

Lieve kinderen. De profeet Jona was boos op alle mensen die niet lief waren. “Jullie moeten lief zijn, anders maakt God een einde aan deze slechte stad!” Dat had Jona geroepen op de markt. De mensen dachten: “Jona heeft gelijk. Laten we proberen lief te zijn.” God zag het en Hij was blij. Maar Jona was niet blij. Die slechte stad had toch straf verdiend! Maar het zonnetje scheen vrolijk en de mensen kochten sinaasappels op de markt en chocolade-koeken. Jona ging in de schaduw van een boom zitten mopperen. “Had God hem helemaal voor niks laten preken en schelden!” God had het gemopper van Jona een tijdje aangehoord en toen kreeg Hij een ideetje. Hij stuurde een klein wormpje naar de wortel van de boom. Het wormpje begon te knagen. De wortel ging kapot. De boom kreeg geen water meer en diezelfde middag begonnen de grote bladeren te verwelken. Jona was zijn schaduw kwijt. “God”, riep hij, “nou ben ik het moe. Waarom laat je die slechte stad bestaan en maak je mijn aardige boompje kapot?”  “Lieve Jona”, zei God. “Als jij zoveel om een boompje geeft, kun je je voorstellen hoeveel ik houd van een stad met zoveel dieren en kinderen? Laten we het kwaad bestrijden, maar laten we de mensen niet uitroeien!”