3e zondag door het jaar (2000)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Als je de evangelieverhalen goed leest, dan moet je er soms wel wat vraagtekens bij zetten. Zou het zo wel echt gebeurd zijn? Die vraag komt bij mij ook naar boven bij de tekst van vandaag. Jezus wandelt langs het meer, ziet daar een stel vissers en zegt: He Petrus, kom met me mee, Andreas, volg mij, en ze doen het. En jullie, zonen van Zebedeüs, laat je vader maar alleen zitten, je moet met mij op stap. En ze doen het.
Zoals het er staat is het wel heel erg onwaarschijnlijk. Die vissers, die ruwe bonken, zonder enige scholing, laten zich niet zomaar van hun netten wegroepen, dat zijn geen mensen om zomaar met een prediker op stap te gaan. En toch is dat gebeurd en daar is maar één verklaring voor: ze hebben die prediker een aantal keren gehoord, ze hebben geluisterd naar wat hij te vertellen had en ze waren zo onder de indruk van zijn woorden dat ze bereid waren om die enorme stap te doen: om hun netten en familie achter laten en met hem een onzekere toekomst tegemoet gaan.
Of ze helemaal begrepen hebben waar het Jezus om ging, dat is nog maar de vraag, in de verdere evangelieverhalen blijkt meer dan eens dat ze er eigenlijk niets van snapten. Toch heeft die Jezus een grote indruk op hen gemaakt, en daarom zijn ze met hem in zee gegaan.
Wat Jezus toen allemaal gezegd heeft, weten we niet, wel geeft hij haast terloops in het evangelie van vandaag aan wat hun roeping is, waar het hem om gaat, en hij gebruikt woorden die zij verstaan: ik zal maken dat jullie vissers van mensen worden.
Vissers van mensen zijn, daar gaat het Jezus om. Dat kun je wel op twee manieren verstaan: je kunt denken aan het vangen van mensen, het winnen van zieltjes, zo werd het vroeger wel eens gezegd. Dat is het dus niet. Het is wel: mensen opvissen, mensen redden, mensen nieuw leven geven. Mensen dreigen soms te verdrinken in een zee van eenzaamheid, in een zee van verdriet, in een zee van frustraties. Mensen kunnen soms het hoofd niet meer boven water houden. En heel Jezus' leven is gericht op het redden van die mensen, om hun leven weer zin en toekomst te geven, en hij roept medewerkers om datzelfde te gaan doen.
De apostelen waren toen zijn medewerkers, wij zijn het vandaag. Ook wij zijn geroepen, wij allemaal, niet alleen de priesters zijn geroepen, niet alleen de kloosterlingen, maar ieder van ons, ieder die gelooft in Jezus' boodschap, in zijn weg ten leven. Waartoe we geroepen zijn dat begrijpen we denk ik wel, min of meer, maar hoe dat waar te maken in ons leven, dat is een probleem.
Vissers, redders van mensen worden, vinden we best een mooie gedachte, maar onze netten en onze gewone beslommeringen daarvoor achterlaten, daarvoor uit ons gewone leven durven stappen om dat waar te maken aan mensen in onze omgeving, dat is een ander verhaal. Dat zullen we alleen kunnen opbrengen als we juist als die apostelen toen onder de indruk raken van Jezus' boodschap, als we ons echt aangesproken voelen door wat hij ook ons te zeggen heeft. En daar ligt voor een deel ons probleem.
Wij hebben immers niet die directe ervaring zoals de apostelen die toen hadden: we horen hem niet rechtstreeks, we kunnen Jezus alleen uit de evangelieverhalen kennen, en dat zijn geen letterlijke verslagen van wat hij toen zei en deed, maar een neerslag van zijn woorden en handelingen, zoals de apostelen die zich later herinnerden. Dat ligt voor ons dus wel wat moeilijker dan voor de toehoorders toen.
Maar hoeveel mensen nemen de moeite om die verhalen te lezen? Hoeveel nemen de moeite om zich er wat in te verdiepen? Je ziet steeds hoe mensen die dat wel doen, in een bijbelgroep bijvoorbeeld, dat zij altijd enthousiast worden voor die boodschap.
Alleen door ons erin te verdiepen leren we hem kennen, alleen als we hem kennen, kan hij ons boeien. Alleen als we echt geboeid raken door hem, kan Hij ons roepen, en kunnen wij die roeping waar maken.
Tegelijk denk ik dat we allemaal wel een beetje weten waar het om gaat, en velen van ons proberen dat ook zo goed mogelijk waar te maken in hun leven, in hun omgang met medemensen. Er zijn heel wat vissers van mensen in ons midden, mensen die zieken en eenzamen bezoeken. En toch denk ik dat het goed is als we stil staan bij die roeping, en bij degene die roept, want er kan nog veel meer gebeuren.