Genezing door verzoening

5e zondag door het jaar         cyclus B          05-02-2012                              1 Kor 9,16-19.22-23

                                                                                                                        Mk 1, 29-39

 

 

- Genezing door verzoening -



Beste vrienden,

 

Schoonmoeders: Wie zou me geen gelijk geven wanneer ik zeg dat er daar al ongelooflijk veel grappen over zijn gemaakt. Sommige echt boosaardig, sommige gewoon dom, sommige echter ook wel met een kern van waarheid. Als in het evangelie van vandaag dan een schoonmoeder genezen wordt, en het daarbij zelfs gaat om de schoonmoeder van die man, die later de rots wordt waar Jezus zijn Kerk op wil vestigen, dan zult u me wel gelijk geven als ik zeg dat deze schoonmoeder toch wel geen willekeurige vrouw was – helemaal niet! 

Ik bedoel dat er niet veel fantasie voor nodig is om je in te denken hoe het er in het huis van Petrus op dat moment aan toe ging. Het zat er daar bovenarms op, want diegene die de kostwinner was en voor de ganse familie zorgde, die veranderde plots van beroep. Uit de succesvolle visser was plots een mensenvisser met twijfelachtig toekomstperspectief geworden. In mijn achterhoofd hoor ik reeds de echo van een uitspraak die diezelfde Petrus later, half hoopvol, half verwijtend, zal doen: „We hebben alles verlaten en zijn U gevolgd”. 

Alles verlaten en Hem volgen – mooi en goed. Maar hoe het verder met de families van de apostelen is gegaan, daar spreekt de Bijbel niet over. Ik kan me echter wel voorstellen hoe de vrouwen en kinderen van die apostelen zich moeten hebben gevoeld. Van het ene op het andere ogenblik staan ze daar, zonder man, zonder vader. Alleen omdat die man en vader plots andere ideeën heeft en, voorzichtig uitgedrukt, een op zijn minst ongewone zwervende prediker achternaloopt en zich dan ook nog met andermans geld laat onderhouden.  Het is al moeilijk te aanvaarden dat een mens, waarmee men in liefde verbonden is, plots heel ongewone en voor u onbegrijpelijke wegen gaat.  Maar hoe moet het aanvoelen als gij de gevolgen daarvan zelf letterlijk moet ondergaan? Hoe geraakt ge daar over? Hoe kunt ge zoiets aanvaarden? Kunt ge tegen zo iemand nog een liefdevol „ja“ uitspreken? 

Het evangelie van vandaag laat ons toe om even een blik te werpen in het huishouden van Petrus en maakt ons tot getuigen van een ontmoeting die wel heel wat explosief potentieel in zich droeg.   

Aan de ene kant is daar die zieke vrouw, die met koorts in bed ligt en op wier werkkracht de familie, zeker na het weggaan van de schoonzoon, zo zeer is aangewezen.  En aan de andere kant is er die man die, in haar ogen, die zelfde schoonzoon op dwaalwegen heeft gebracht; de man die de oorzaak is van al de familiale en huiselijke problemen van dat ogenblik. En door die man zou ze zich moeten laten helpen? Dat is toch echt wel te veel gevraagd!

Maar wat er dan gebeurt, dat moet ge u toch even voor de geest proberen te halen. liefst nog in slow motion! Die man, die verantwoordelijk is voor de ganse miserie, die reikt haar de hand. Wat heeft ze toen niet allemaal gedacht en gevoeld? Hoe lang heeft Hij haar zijn hand moeten aanbieden voor zij ze heeft gegrepen?  Welke blikken hebben die twee toen gewisseld? Wie zich ooit al in een dergelijke situatie heeft bevonden, die weet dat seconden dan een eeuwigheid worden; dat er in die tijd honderden gedachten door het hoofd van die vrouw moeten gespookt hebben: haar ziekte, haar angst voor de toekomst, haar verontwaardiging en haar opgekropte woede, de ganse uit de hand gelopen situatie; maar ook de wens om weer gezond te worden omdat haar werkkracht zo noodzakelijk is voor het gezin en omdat ze gewoonweg terug gelukkig en tevreden wil zijn.    

Die uitgestrekte hand aannemen – dat is enerzijds zo gemakkelijk en valt haar anderzijds toch zo oneindig zwaar. Misschien dacht ze wel: “Laat me gerust, jij bent toch de schuld van alles, je hebt mijn schoonzoon allerlei gekke ideeën aangepraat zodat hij niet meer weet waar zijn plaats is. Jij bent er de oorzaak van dat ik hier lig en niet meer uit de voeten kan.  

Misschien vraagt ge u nu, na die gedetailleerde uitleg over het familieleven van Petrus, af, wat nu eigenlijk het wonder in dit verhaal is. En op het eerste gezicht lijkt het toch wel overduidelijk te zijn, dat het wonder daarin bestaat, dat Petrus’ schoonmoeder van de koorts wordt bevrijd.  Dat is zeker ook niet verkeerd. Maar als we verder nadenken, en dat doet zeker geen afbreuk aan het wonder, lijkt het mij eerder het feit te zijn dat ze de uitgestoken hand niet weigert. Wij moeten er misschien nog wat aan wennen om een dergelijke handeling als wonder te zien. Het woord “wonder” of “mirakel” geeft een begrip weer dat wij vooral voor machtsdaden en voor onverklaarbare spectaculaire gebeurtenissen voorbehouden.   Maar ik ben er ook van overtuigd dat mensen, die zich ooit eens zo gevoeld hebben als deze vrouw, of die zich nu zo voelen, dat die mensen die verzoenende handdruk met diegene waarmee ze zo overhoop lagen, uiteindelijk toch ook als wonder zullen zien en begrijpen.   

Hoe dikwijls spreken wij niet van vrede en verzoening en hoe dikwijls spatten onze goede voornemens dan niet als zeepbellen uit elkaar?  Een hand aannemen, en dan nog van iemand die me in mijn ogen iets verschrikkelijks heeft aangedaan, dat vergt enorm veel zelfoverwinning. Ge kunt dat ook van niemand vragen of zo zonder meer van iemand verwachten.   

En juist daarom, omdat ze die Hand tot verzoening aanneemt, heb ik enorm veel respect voor die schoonmoeder. Verzoening kan ook genezend zijn; het “Ja” zeggen tegen iets wat onvermijdelijk geworden is. Die genezing is dan ook de definitieve streep onder datgene wat geweest is en tegelijk de hoopvolle blik op de toekomst. 

 

De evangelist Marcus waardeert deze vrouw op zijn manier als hij schrijft: „zij zorgde voor hen“. Dat is de vertaling in onze taal, maar dat wil echt veel meer zeggen dan het aanbrengen van spiegeleieren en frieten. In de Griekse tekst staat hier het woord “Diakonein”, het begrip voor ons woord “Diaken”. Daarmee wordt dan definitief de brug geslagen naar datgene wat zo specifiek en onmiskenbaar is voor Jezus.  Want Hij heeft toch gezegd: “Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen!”.   

Het evangelie van vandaag is een voorbeeld voor een weg van navolging. Een weg van navolging die door de mensen gans anders wordt ervaren, als die wegen die ons uit de roepingverhalen van de apostelen bekend zijn.   De zeer persoonlijke weg van navolging van de schoonmoeder van Petrus gaat gepaard met teleurstelling, woede, ziekte, en een nieuw begin. In de ziekte, de persoonlijke crisis, de ontmoeting met Jezus, die haar, zoals zovele anderen, totaal vreemd en toch zo nabij is, vindt zij de weg die ze moet gaan.  

De naam van de vrouw werd ons niet doorverteld, en daar ben ik zeer blij om.  Want als we ons nu niet al te veel op het woord ‘schoonmoeder” vastleggen, maar ook “schoonvader” als begrip aanvaarden, dan zou die persoon toch zeker ook wel uw of mijn naam kunnen dragen. Amen.