5e zondag door het jaar B - 2018

Zusters en broeders,

Druk, druk, druk. Dat zijn de woorden van deze tijd. Zo druk dat veel mensen vergeten te leven. Met alle gevolgen van dien. Nooit waren zoveel mensen gestresseerd, depressief of burn out. Nooit kwamen zoveel mensen terecht in een zwart gat van vermoeidheid of borderline. En ook nooit was de verslaving aan computer, Facebook en smartphone zo groot dat veel mensen nog nauwelijks contact met anderen hebben.

Het lijkt misschien allemaal heel erg tijdsgeboden, maar dat is het niet. Dat zien we in de eerste lezing, een uittreksel uit het boek Job, en dat is meer dan tweeduizend jaar oud. Daarin horen we woorden als ‘zwoegen, naar schaduw snakken, dag en nacht tobben, niet kunnen slapen, ziek van onrust, dagen die voorbijvliegen, het einde nabij.’ Allemaal woorden van een man die zichzelf voorbij lijkt te leven, zoals zovelen dat vandaag doen: mensen die geen tijd hebben om te leven, mensen die vergeten te leven, mensen die zichzelf voorbij leven, net als Job.

Wat een rust straalt Jezus daartegenover uit. Hij is voor het eerst als profeet opgetreden in de synagoge van Kafarnaüm, de mensen waren aangegrepen door zijn woorden van liefde en vrede en Hij heeft een man bevrijd van een boze geest. Nadien is Hij meegegaan naar het huis van Simon Petrus en Andreas, en daar geneest Hij de schoonmoeder van Simon Petrus die met koorts te bed ligt. En net als in de synagoge blijkt opnieuw de rust die Hij uitstraalt: Hij gaat naar de zieke vrouw toe, neemt haar bij de hand en laat haar opstaan. Die rustige zorg geneest haar zozeer dat ze meteen voor Jezus en de anderen begint te zorgen.

En daarbij kunnen wij ons afvragen hoe wij reageren als anderen ons willen helpen of als we geholpen worden. Willen wij wel geholpen worden, of zeggen wij: ‘Ik heb uw hulp niet nodig. Ik zal mijn eigen boontjes wel doppen.’ Want misschien voelen wij ons afhankelijk van anderen als we geholpen worden, en zijn we zozeer op onszelf gericht dat we dat helemaal niet willen. En als we wel willen geholpen worden, vertaalt zich dat dan, net als bij de schoonmoeder van Simon Petrus, in onze eigen hulpvaardigheid? Of zeggen we dat iedereen maar voor zichzelf moet zorgen, dus ook die heel oude man die niet meer echt kan stappen, die zieke vrouw die niet uit haar bed geraakt, die vreemdeling die de weg niet weet, en die nog zoveel anderen die hulp nodig hebben. Kunnen die mensen op ons rekenen? Kan ons gezin, onze familie op ons rekenen? Kunnen onze buren op ons rekenen in gevallen van nood?

Rustige hulp, dat is wat Jezus ons vandaag leert. En dienstbaarheid, dat is wat de schoonmoeder van Simon Petrus ons leert. En Jezus leert ons nog iets anders, want ‘vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op, ging naar buiten en begaf zich naar een eenzame plaats waar Hij bleef bidden.’ Misschien vinden we het merkwaardig dat Jezus gaat bidden, want Hij is toch de Zoon van God, Hij is het beeld van God hier op aarde, en Hij leert ons wat bidden is. Dat zijn geen grote woorden met veel gebaren, maar dat is vol eenvoud en liefde spreken met God. Dat is God prijzen om zijn goedheid,  Hem danken om zijn liefde in ons leven, Hem loven om zijn aanwezigheid onder ons, Hem vragen om zijn eeuwige zorg voor ons, Hem beloven dat we zijn weg willen gaan, zijn weg van liefde en vrede. Zo leert Jezus ons bidden in het Onze Vader.

Zusters en broeders, zoals altijd wijst Jezus ons de weg aan in het leven. Een weg van rust, van vrede, van hulpvaardigheid. En ook een weg van lovend en dankbaar bidden tot de Heer onze God. Laten we die weg proberen gaan. Amen.