De schoonmoeder van de paus (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 522 niet laden
Weet u dat de paus een schoonmoeder heeft? Nee, ik bedoel niet déze paus. Het gaat over de tijd dat pausen nog eerzame huisvaders waren. De schoonmoeder van de eerste paus is ernstig ziek. Jezus geneest haar en legt haar de handen op. De hele stad stroomt samen, vertelt Marcus. Ze brengen alle zieken en gestoorden met hen mee. Jezus gaat er van tussen en zoekt een eenzame plaats om zich te verbergen. Ze gaan naar Hem op zoek. Het Griekse woord katadioko is eigenlijk veel sterker dan zoeken. Ze jagen op Hem! Ze zitten achter Hem aan! Maar Jezus is niet van plan terug te keren. Hij wil doorgaan met wat Hem te doen staat: de verkondiging van Gods Koninkrijk en zijn Gerechtigheid. Jezus wil niet te boek staan als een wonderdokter. Zijn zending ligt op een veel dieper vlak. Gaandeweg zal dat de lezer steeds duidelijker worden. Jezus neemt de schoonmoeder van Simon Petrus bij de hand en "doet haar opstaan". Het zijn woorden die we tegen komen in het Paasverhaal. Het optreden van Jezus is bestemd tot val en opstanding van velen. Velen staan op tot nieuw leven. Het gaat Jezus om de genezing van allen "die geen leven hebben".

Waarom moeten mensen lijden? Waarom worden mensen ziek? Elk mens leeft tussen ziekte en gezondheid. Als je jong bent, denk je de hele wereld aan te kunnen. Je zit in je krachtige jaren. Langzaam begint de aftakeling. Ons menselijk leven verloopt als de gang van de seizoenen. Een jong kind hoort bij de lente. Het heeft menselijkerwijs gesproken nog zoveel toekomst vóór zich. Bij de zomer horen 30-ers en 40-ers. Ze zijn in de kracht van hun leven, staan in volle bloei. Als ouder wordende mens kom je in je herfstjaren. Dat is de tijd waarin de bladeren (en onze haren!) vallen en je botten wat gemakkelijker breken. Tenslotte wacht de winter van de dood. Toch weet ieder van ons dat het geen winter blijft. Want als je goed naar de kale takken kijkt, zie je de knoppen al weer zitten die in de lente uitkomen. Als dat zó in de natuur gaat, waarom zou de menselijke dood niet opnieuw uitlopen op een nieuwe lente en een warme zomer bij God?

Het zijn maar twee woorden: jong en oud, krachtig en zwak, ziekte en gezondheid. Maar daartussen ligt een hele wereld. Ziekte vormt een aanslag op je leven. Zeker een langdurige ziekte isoleert een mens. Je komt terecht in een spanningsveld waar gezonde mensen geen weet van hebben. Je bent bang voor wat komen gaat, je wereld stort in elkaar, toekomstdromen vallen in puin. Het is een eeuwig gevecht tegen ziekte en dood, al zijn de oude zalfjes intussen vervangen door uitgekiende moderne geneesmiddelen. Medicijnmannen zijn vervangen door chirurgen die in grote medische fabrieken - waarin veel menselijk lijden ligt opgeslagen - met ingewikkelde en de meest geavanceerde apparatuur tegen ziekte en dood ten strijde trekken.

Zieken vormen bij Jezus het uitgangspunt van zijn programma. In zijn Naam trekken de leerlingen er op uit, zalven de zieken en genezen ze. (Mc 6:13). In hun voetsporen zijn velen verder gegaan. Ze stichtten de middeleeuwse leprozerijen de vele lazaretten op de pelgrimsweg naar Rome, Jeruzalem en Santiago de Compostella. Pater Damiaan, Peerke Donders en vele anderen hebben vanuit hun christelijke inspiratie gestaan aan de bakermat van onze moderne gezondheidszorg. In Jezus' naam hebben christenen de eeuwen door zieken verzorgd, gezalfd en de handen opgelegd.Als Johannes de Doper laat vragen of Jezus de Gezondene is, verwijst Hij naar zijn wonderen: "Ga aan Johannes zeggen: blinden zien, lammen gaan, doden staan op, aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd." Het antwoord geeft een samenvatting van wat Jezus eigenlijk wilde: heil brengen. Toch gaat het Jezus niet om sensatie. Het zijn tekenen die verwijzen naar een God die bekommerd is om mensen. God staat niet onverschillig tegenover het lijden van mensen. Hij wil niet de ziekte, maar de gezondheid van ieder mens. Gods heeft geen vreugde in het in elkaar storten van al wat leeft.

Jezus heeft - zo blijkt uit de Schriften - een andere opvatting van ziek-zijn en genezen-worden dan wij. Voor ons betekent genezen een storing opheffen: een ziek oog, een stijf been, een melaatse huid. Het gaat Jezus om de héle mens. Mensen hebben geen ziekte, maar zíjn ziek. Ziek zijn geeft een drievoudige communicatiestoornis: een stoornis met onszelf, met anderen en met God. Als je lichaam of je geest ziek is, is er sprake van een communicatiestoornis in jezelf. En mensen die langdurig ziek zijn, weten hoe de omgeving op hun ziek-zijn kan reageren. Je raakt buiten het arbeidsproces, vrienden van vroeger, collega's, zijn je zó vergeten. Zolang we jong, sterk, gezond zijn, is er niets aan de hand. Dan handhaven we ons wel. Dan staan we midden in de gemeenschap.

Door ziekte kan ook je contact met God verstoord raken. Wij vragen ons af: waarom moest dit gebeuren? Waarom ik? Waar blijft God nou? Als Jezus mensen geneest, geeft Hij ze weer terug aan zichzelf, aan elkaar en aan God. Hij gaf de mens terug aan zichzelf: sta op en wandel. Hij gaf mensen weer naar elkaar terug: Zacheüs, de melaatsen en de vrouw bij de bron zijn daar sprekende voorbeelden van. Maar Hij bracht mensen ook weer terug naar God: "Ga heen en zondig niet meer". Zo is Jezus de Heiland, heel-meester bij uitstek. Gezondheid staat in ons wensenlijstje hoog genoteerd. Voor velen heeft God daar alles mee te maken. God wil te betrokken zijn bij alles wat we doen.

De zin en zinloosheid van het lijden komen we ook tegen in de eerste lezing, Het is een soort Klaaglied, waarin Job reageert op de schrale troost die zijn vriend Elifaz hem te bieden heeft. Elifaz ziet in de ellende van Job de straffende hand van God en zegt hem op Gods redding te vertrouwen. Job kan met dit antwoord niet uit de voeten. "Overdekt is mijn lijf met vuil en wormen, van top tot teen etter en kloven"(7:3). Zo is Job de spreekbuis van velen die op zoek zijn naar een antwoord op hun lijden. Goedbedoelde godsdienstige redeneringen zetten geen zoden aan de dijk! Jezus neemt mensen bij de hand en doet hen "opstaan". En dan denk ik aan wat ik bijvoorbeeld meemaak in Lourdes. Weinig mensen komen genezen terug, maar uit hun verhalen proef ik iets van hun "opstanding-ten-leven".