6e zondag door het jaar (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 93 niet laden
Vandaag zijn we getuige van een bijzondere ontmoeting. Een melaatse, in de nieuwe bijbelvertaling spreekt men van een huidziekte, komt naar Jezus toe. En hij heeft een vraag: ‘Als gij wilt, kunt gij mij reinigen'. Is het wel een vraag? Of is het overtuiging?

Hoe dan ook, achter dat ene zinnetje gaat een wereld schuil van pijn en eenzaamheid, van verstoten zijn en niet meer mee tellen, van angst en onzekerheid. Wie weet hoeveel drempels de man heeft moeten overschrijden om naar Jezus toe te gaan. ‘Zal ik wel, zal ik niet gaan? Stel dat hij me niet wil reinigen, dat hij boos wordt, me afwijst?'

Iemand met een huidziekte werd ter bescherming van de gemeenschap als een onreine beschouwd. In de eerste lezing horen we hoe erg het met zo iemand gesteld is. Hij moet in gescheurde kleren rondlopen, met losse haren en bedekte baard, en roepen: ‘Onrein, onrein'. Voor de duur van de ziekte moet hij apart wonen. Volgens de joodse wet wordt een melaatse ook door God verstoten.

 

We zouden kunnen denken: Dit is niet meer van onze tijd! Niets is minder waar. Het gaat in dit verhaal niet zozeer over de ziekte, maar de gevolgen ervan. Uitsluiting, daar gaat het om, gebeurt nog altijd.

Mensen kunnen anders zijn - ziek, seksueel anders geaard, gekleurd, arm, werkloos, op de vlucht, verslaafd, of gepest worden om welke reden ook - het kunnen redenen zijn om uit de gemeenschap gestoten te worden en niet meer als mens mogen meedoen. Uitsluiting kan hun leven tot een hel maken. Kan God zoiets toelaten?

 

Wat is er nu zo bijzonder aan dit verhaal?
De melaatse komt naar Jezus, en doorbreekt daarmee de grenzen van de geldende normen.

Evident is het niet! Wellicht is Jezus voor de man nog de enige hoop op een ander leven. In plaats van ‘Onrein, onrein' roept hij: ‘Als gij wilt, kunt gij mij reinigen. Als gij wilt. Ik leg mijn leven in uw hand'.
Wat doet Jezus? Jezus vlucht de man niet. Integendeel, hij laat zich raken. Hij is diep ontroerd. Dat kan toch niet: Een mens die telkens wordt weggejaagd, geen enkel contact meer mag hebben met de gemeenschap. Dat mag niet!

Jezus is diep ontroerd. Dat is een belangrijk woord: zich laten raken door de ander. Want van daaruit krijgt zijn blijde boodschap vorm. De tederheid waarmee Hij de melaatse tegemoet gaat, laat zien hoezeer het Hem om het hart van de mens gaat, om wat er in die ander omgaat. Jezus doorbreekt alle eerbiedwaardige wetten en regels over wat mag en wat niet mag, over wat rein en onrein is. Hij raakt die mens aan, letterlijk. Hiermee gaat Hij de grens over en doet wat - sommigen denken - illegaal is. Hij gaat aan de kant van die arme buitengesloten mens staan. Het is zijn ontroering, dan zijn aanraking en zijn gebaar van ‘Ik sluit jou niet buiten, maar je hoort erbij' die de ander geneest. ‘Ik wil, word rein' zegt Jezus. Ik verlos je uit je eenzaamheid.
Dat is het wonder: Iemand die er niet meer bij hoort, weer in de kring opnemen, hem laten voelen dat hij er wel bij hoort. In de uitgestoken hand van Jezus wordt het duidelijk dat God aan de kant van de zwakken en de kleinen staat. God straft niet. Hij wil één en al liefde zijn.

Het verhaal wil ons doen nadenken over onze manier van leven.
Wie is Jezus voor ons?

Durven wij ons toevertrouwen aan Hem met al wat broos en kwetsbaar is in ons leven? Met al wat pijn doet, ons aan hem toevertrouwen? Ons door hem laten raken?

Begrijpen wij wie Jezus voor ons wil zijn?

De man die nu genezen is mag niets vertellen. Het gevaar is niet denkbeeldig dat mensen Jezus gaan beschouwen als een wonderdoener. En daar is het Jezus niet om te doen!
Marcus zegt het meerdere keren in het evangelie: Je kunt maar weten wie Jezus is, als je met hem meegaat, als je hem volgt op zijn tocht. Het is geen gemakkelijke weg, ja soms kan het een lijdensweg zijn. Een weg die de Heer zelf heeft gevolgd, maar met het sterke vertrouwen dat lijden en dood niet het einde zijn.

De man mag niets vertellen. Maar blijkbaar stoort hij zich daar niet aan. Wat een geloofsovertuiging! Hij kan er niet over zwijgen!

 

Alvast kunnen wij zoals de melaatse zeggen: ‘Heer, als gij wilt, kunt gij mij reinigen van al mijn egoïstische neigingen. Raak mij aan, en laat me voelen dat Gij ook een hart hebt voor mij. Geef mij handen die uw liefde willen doorgeven aan anderen.'
Juist daarom zijn wij hier: om ons toe te vertrouwen aan Hem en zo gebroken brood te zijn voor elkaar.

geïnspireerd op een preek van Geert Bles (2006)