Wie de waarheid doet, gaat naar het licht (Joh 3,21)

Een aantal kerken bezitten heel mooie en ontroerende afbeeldingen van de graflegging van Jezus. Aan het ene uiteinde van de lijkwade, waarin Jezus ligt, staat Jozef van Arimatéa en aan het andere Nikodemus. Eveneens aanwezig en afgebeeld zijn Maria, de moeder van Jezus, de apostel Johannes en daarnaast nog drie vrouwen, de zus van zijn moeder, Maria, de vrouw van Kleopas en Maria Magdalena. Nikodemus had voor de begrafenis een mengsel van mirre en aloë mee, ongeveer honderd pond. Hij gaf daarmee uiting aan zijn grote eerbied voor Jezus (Joh. 19,36).

Nikodemus, drie keer present

Nikodemus wordt driemaal in het vierde evangelie vernoemd. Hij was een sympathisant van Jezus, met wie hij te Jeruzalem in de nacht een diepgaand gesprek had. Hij behoorde tot de Farizeeën en was lid van de Hoge Raad. Hij was een aandachtige geest al ontging hem wel de diepere zin van wat Jezus zei. Jezus sprak nogal met een dubbele bodem. Jezus wees hem op het belang van een nieuwe geboorte (Joh. 4, 3-11). Nikodemus verstond dit als opnieuw naar de moederschoot gaan of als een vorm van reïncarnatie. Jezus doelde op een nieuw elan door een kracht van hierboven. Jezus wees op de omvorming in ons door Gods geest. Ook als we oud zijn, kunnen we ons vernieuwen. We mogen niet verstarren in eigen gelijk en we blijven oog hebben voor de tekenen van de tijd.

Nikodemus heeft aandacht voor wat Jezus doet en zegt. In Jeruzalem waren gaandeweg de meningen over Jezus verdeeld. Dit werd scherper wanneer Jezus een tweede maal in Jeruzalem was, dit bij het Loofhuttenfeest. Is hij een profeet? Is hij de Messias? Waar haalt een man uit Galilea zijn gezag? Waar het volk Jezus genegen leek, waren de Farizeeër tegen hem, Maar in hun midden durft Nicodemuis voor Jezus opkomen. Hij wou vermijden dat ze hem ten onrechte zouden veroordelen (Joh. 7, 40-53).

Omhoog geheven

Hem was het geheimzinnig woord van Jezus bijgebleven tijdens het nachtelijk gesprek over de Mensenzoon: “De Mensenzoon moet omhoog geheven worden, zoals Mozes het deed met de slang in de woestijn. Iedereen die in Hem gelooft, zal eeuwig leven hebben in Hem.

Aan dit woord moest hij voortdurend denken wanneer Jezus op Goede vrijdag stierf aan het kruis Wellicht was Nikodemus in de buurt van Calvarie en was hij dan zeker geschrokken door de spot van Schriftgeleerden aan het adres van Jezus en door wat voorbijgangers Jezus toeriepen: “Gij daar die de tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt, red u zelf als Gij de Zoon van God zijt, kom dan van dat kruis af” (Mt. 27,39-40).

Maar Nikodemus, gij hebt toen meer gezien. Er ging een kracht uit van die stervende man. Zijn vernedering was een verheffing. Het is waar, wat Johannes schreef over de man aan het kruis dat een Schriftwoord in vervulling ging en dat ze opzagen naar hem die ze hebben doorstoken. Zijn sterven was verrijzen.

Was die dood aan het kruis niet een teken van een liefde tot het uiterste! God was in Jezus de mensen nabij gekomen. Hij was en is met ons, mensen, solidair. Jezus heeft het lijden en de dood niet gezocht. Hij wou liefde brengen en uitstralen, leven geven en redding brengen. Hij heeft zich niet onttrokken aan zijn zending en hij heeft de dood aanvaard omdat hij trouw wou blijven.

Zo lief heeft God de wereld gehad, (ZJ 548)

Jezus had in het gesprek met Nicodemus een niet te vergeten uitspraak gedaan: “'Zozeer heeft God de wereld liefgehad dat hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door hem zou worden gered. Wie in hem gelooft wordt niet geoordeeld, maar wie niet gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon Gods” (Joh.3,16-18).

Jezus bracht geen boodschap over een straffende God, maar een boodschap over God die als een Vader zijn kinderen liefheeft en die van hen verwacht dat zij elkander liefhebben.

Jezus spreekt in het vierde evangelie vaak over liefde, licht, waarheid, leven, over leven ten volle. Het voornaamste thema dat in dit evangelie aan bod komt is: geloven of niet geloven dat Jezus gezonden is door de Vader. Dit is aanwezig in het gesprek met Nikodemus.

Of Nikodemus die stap gezet heeft om in Jezus te geloven als Gods Zoon weten we niet. Hij is misschien blijven steken bij zijn eerste opvatting dat Jezus een leraar is die van Gods wege is gekomen en tekenen heeft verricht die aantonen dat God met hem was.

Perspectief

Hij heeft zeker zijn sympathie bewaard voor Jezus. Hij zorgt mee voor een eervolle begraving van Jezus in een nieuw graf in een tuin. Volgens de evangelisten is Jezus niet in een massagraf geworpen en kreeg hij een waardevolle begraafplaats. Wanneer Jezus in de tuin werd begraven en de steen voor het graf werd gerold, was het met Jezus niet gedaan. Zet Nikodemus met deze graflegging een punt aan zijn contact met Jezus? Of liet hij nadien de boodschap van Jezus nog verder doordringen. Jezus had aan Nikodemus in de nacht perspectief gegeven.

Zijn verhaal is een van de zovele voorbeelden in het evangelie over de waarde van de ontmoeting. Ontmoetingen laten sporen na.

Jezus heeft hem op het hart gedrukt dat wij naar het licht moeten gaan, dat wij het moeten uitstralen. Wie de waarheid doet, gaat naar het licht. Staan de makers van fake-nieuws hier voor open?

In welke mate hebben de woorden van Jezus een weerklank in ons hart? Wat missen we wanneer we er niet ontvankelijk voor zijn? Vernauwt ons perspectief dan niet in plaats van te verruimen?

Eva Vroman schreef het boek Passie en twijfel Het geloof van een godsdienstleerkracht.  Een authentiek geloof vertaalt zich in de combinatie van worstelen en zich toevertrouwen, in het naar de diepte gaan en openstaan om solidair te zijn. “Mevrouw, niet te veel over God en, Jezus, he” in een artikel in Tertio 3 febr. 2021 met deze titel, schrijft ze: “Kortom, wanneer je echt tot de kern van het christelijk geloof komt, dan is er geen interesse.”

De Franse filosoof Luc Ferry laat opmerken dat het verminderen van de invloed van het christelijk geloof een weerslag heeft op de kijk over sterven en leven. Daardoor is misschien de angst voor het bestaan toegenomen tijdens de pandemie. In 1950 was 95 % van de Franse bevolking gedoopt. Dit ligt nu bij de 30%. Wij zijn nu minder of niet meer gelovig. Wij zijn daardoor minder beschermd door de belofte en de visie van de grote religies ten aanzien van de dood en wij zijn tegelijkertijd meer blootgesteld aan de affectiviteit, die zich in de moderne familie geweldig heeft ontwikkeld. Voor de meerderheid van de niet-gelovigen is de hemel leeg. Het christelijk geloof beloofde ons de verrijzenis van het lichaam en het weerzien met onze geliefden. Dit perspectief verdween bij de niet-gelovigen. Geen godheid en geen kosmos kunnen nog zin geven aan de dood van een geliefd wezen. Verklaart dit de grote angst tijdens deze pandemie doordat het leven hier nu meer waarde heeft dan ooit” (Luc Ferry LLB, 2 febr. 2021).

We leven in een post-optimistisch tijdvak schrijft Tomás Halík in zijn boek, De nacht van de biechtvader. Christelijk geloof in een tijd van onzekerheid, Het is goed om te denken vanuit meerdere perspectieven. Hij vernoemt de protestantse theoloog Oskar Pfister, een van de trouwe vrienden en leerlingen van Sigmund Freud. Hij werd door zijn leermeester gevraagd of hij als gelovig christen tolerant kon zijn tegenover diens atheïsme. Hij zei: ‘als ik besef dat u veel beter bent, dan uw ongeloof, en ik veel slechter dan wat mijn geloof van mij verlangt, oordeel ik dat het verschil tussen ons niet zo groot kan zijn en ik zie daarom geen reden waarom we elkaar niet zouden kunnen verdragen’ (o.c. p. 22-23).

De Tsjechische priester schreef dit kort gebed: “Heer, als onze religiositeit te zwaar is geworden door onze onzekerheden, ontneem ons iets van dit ‘grote geloof’; ontneem onze religie het ‘te menselijke’ en geef ons het ‘geloof Gods’. Geef ons, als het Uw wil is, liever een klein geloof, klein als een mosterdzaadje, klein- en vol van Uw kracht!”

Heer, begeleid Nikodemus en elke zoeker op hun weg naar licht en waarheid.

*************

“Pour une majorité es non-croyants, le ciel est devenu vide, il n’y a cosmos, ni divinité qui ne puisse donner la moindre signification à, la mort d’un être aimé. La réponse chrétienne nous promettait la résurrection des corps et les retrouvailles avec ceux qui nous avions aimés. Dans les religions de salut terrestre, à défaut de de divinité bienveillante, il restait à tout le moins la pierre et le marbre: on y gravait le nom des héros morts pour la patrie, une plaque destinée à braver le temps conservait leur souvenir. Pour les non-croyants, ces mœurs en grâce ont disparu. Il ne leur resté plus guère qu’’à freiner les quatre fers devant l’échéance funeste, ce qui explique l’ampleur nouvelle, à proprement parler inouïe, des réactions d’angoisse et de de confinement qu’on observe face à la pandémie, car la vie a plus de prix que jamais” (Luc Ferry, LLB, 2 febr. 2021).