5e zondag van de veertigdagentijd B - 2021

Nog niet gepubliceerd

‘Ik leg mijn wet in hun binnenste, ik grif hem in hun hart.’

Zusters en broeders, het is een kernzin uit de eerste lezing. Door de ontrouw van Israël voelt God de Heer zich verplicht een nieuw verbond te sluiten. Anders aan dat verbond is dat het geen  geschreven wetboek is zoals het oude verbond, maar dat het recht in het hart van de mensen gegrift wordt. En daarmee is de essentie verwoord, en die is dat de wet niet uit woorden, maar uit daden bestaat. 613 geschreven geboden en verboden telde de oude wet. Probeer die maar eens van buiten te leren, en probeer die maar eens in daden om te zetten.

Hoe heerlijk is het nieuwe verbond dat ons door Jezus in naam van zijn Vader in ons hart is gegrift: ‘Bemin God bovenal en bemin uw naaste zoals uzelf.’ Geen bombastische parade van duizenden woorden in geboden en verboden, maar slechts één daad: beminnen, houden van, graag zien. In het evangelie gaat Jezus daar direct op  in. Hij zegt: ‘Wie zijn leven bemint, verliest het, maar wie in deze wereld zijn leven haat, behoudt het voor het eeuwige leven.’ Misschien lijken dat moeilijke woorden, maar dat zijn ze niet, want ze verwoorden alleen wat er gebeurt als je niet leeft naar dat ene gebod van Jezus. Als je dus niet van God en niet van je naaste, maar alleen van jezelf houdt. Dan verlies je inderdaad een menswaardig leven. Immers, het is met de mens zoals met de graankorrel: alleen als die in de aarde sterft, brengt hij veel vruchten voort. Zo ook de mens: alleen als hij niet alleen voor zichzelf leeft, als hij bij manier van spreken dus sterft in zichzelf, brengt hij veel vruchten voort van liefde, vrede, goedheid, blijdschap, geluk.  

Maar het evangelie heeft nog veel meer diepgang die ons direct aanbelangt. Jezus weet wat Hem te wachten staat: lijden en dood. Geen natuurlijke dood, maar een vreselijke kruisdood. Dit besef van lijden en dood confronteert ons met ons eigen lijden en dood. Nee, we gaan niet gekruisigd worden, maar ook ons wacht een moment waaraan we liever niet denken en waarmee we liever niet geconfronteerd worden. Of misschien leven we momenteel al in zulke momenten van pijn en lijden. En tegelijk doet ons dat mee voelen, mee lijden en mee verdriet hebben met hen die oud en ziek zijn, en met hen die leven in het aanschijn van de dood.

Ook in deze confrontatie wijst Jezus ons de weg van geloof, hoop en liefde. Immers, door zijn verrijzenis overschrijdt Hij de grenzen van de dood, leeft Hij ons voor in het eeuwige leven dat ook ons leven is, en is Hij altijd en in alle omstandigheden bereikbaar, dus ook in tijden van lijden en pijn, van wanhoop en moedeloosheid, van angst en verdriet.

Veel van zijn tijdgenoten voelen dat niet aan, en ondanks de vele wondertekenen die Hij voor hun ogen verricht heeft, zien ze in Hem niet de Blijde Boodschap van Gods liefde en vrede. Dat zien niet-joden soms wel. We zagen dat al in de Kersttijd, toen wijzen uit het oosten Jezus kwamen aanbidden, en we zien het vandaag in de Grieken die Jezus graag zouden ontmoeten, graag met Hem zouden spreken, graag naar Hem zouden luisteren.

Zijn wij zoals die wijzen en die Grieken? Willen ook wij Jezus echt ontmoeten en naar Hem luisteren? Luisteren naar zijn woorden en daden van liefde, vrede en gerechtigheid. Hebben wij daar echt oor voor en willen we in een wereld waarin we voortdurend geconfronteerd worden met wapens en geweld toch liever luisteren naar Hem die ons hoop geeft en ons de weg wijst naar een leefbare wereld voor onszelf en onze medemensen, en op wie kunnen vertrouwen in tijden van nood, van lijden en pijn. Tijden die Hijzelf heeft doorleefd, en die Hij heeft aanvaard, want Hij bidt niet: ‘Vader, red Mij uit dit uur’, maar Hij bidt: ‘Vader, verheerlijk uw Naam.’

Zusters en broeders, maken wij dezelfde keuze? Kiezen ook wij in alle omstandigheden, dus ook in tijden van tegenslag, van lijden en pijn, van corona en andere akelige ellende, voor de liefde van onze Vader in de hemel, of steunen we liever alleen aan onszelf? Laten we niet aarzelen, en de weg gaan die Jezus ons is voorgegaan. Amen.