Onbaatzuchtig uitnodigen (Lc. 14,13)

 

 Bescheidenheid, eenvoud, deemoed, nederigheid, waardevolle houdingen, maar ze scoren niet zo hoog. Zij komen weinig voor in de sensatiepers. Je moet opkomen voor jezelf, presteren, schitteren, vooraan staan.

Wanneer er wat schoons te beleven is, zitten we liefst vooraan om alles goed te kunnen volgen. Maar dan komt de organisator en zegt dat je jouw plaats moet afstaan voor iemand anders.

Jezus ging naar een feest. Hij observeert, maar wordt ook gadegeslagen. Je ziet en je wordt zelf bekeken.

Op zoek naar de beste plaatsen

Jezus heeft bij een aantal concrete voorvallen zijn bedenkingen en weet daarbij suggesties te geven. Hij ziet mensen en dingen, reflecteert erover en geeft een raad en bemerkingen, nogal dikwijls aan het adres van de Farizeeën. Dit is zelfs gedurfd om in het huis van de gastheer opmerkingen te geven.

Hij merkt hoe graag mensen de beste plaatsen kiezen en hij ziet wat er gebeurt wanneer je deze moet afstaan of wanneer je naar voren mag komen. Hij maakt er een algemene beschouwing bij dat wie zich verheft kan vernederd worden en wie zich bescheiden opstelt kan verheven worden. Het zijn woorden en inzichten die hij van huis uit meekregen heeft en die te horen zijn in het Magnificat, in de lofzang van zijn moeder

Wie zichzelf verheft, zal vernederd worden en wie zich zichzelf vernedert, zal verheven worden.” Het eerste komt allicht nog meer voor dan het tweede. Wanneer iemand een standbeeld krijgt, staan anderen al klaar met een hamertje of een beitel om het neer te halen.

De volksmond zegt: “Als niets tot iets komt kent iets zichzelve niet.” Ja, wanneer niets tot iets komt vergeeft het zo gemakkelijk wat het eens was.

Stel je bescheiden op, maar dat mag dan geen truc zijn om toch vooruit te komen. Het zou zo weleens druk kunnen zijn achteraan met de velen die wachten om door de gastheer uitgenodigd te worden in de hoop hogerop te gaan zitten.

Nederig en dienstbaar

Jezus prijst een houding aan, die nederig en dienstbaar wil zijn. Nederig zijn, dit wil niet zeggen dat je niets of weinig betekent. Het is weten waar je staat, welke uw mogelijkheden zijn en talenten, wat je kan betekenen in een groter geheel. Jezus zegt van zichzelf dat hij nederig is (Mt. 11,28). Jezus beschouwt zichzelf als dienaar. Daarvan geeft hij in het evangelie van Johannes een sprekend teken wanneer hij de voeten van zijn leerlingen wast en het werk doet, dat huisknechten moeten doen. (Joh. 13,14-16).

La Croix publiceerde een foto van Lorena Fornasir, een Italiaanse dame in Trieste die de voeten wast en verzorgt van migranten die langs de weg van de Balkan Italië binnenkomen. Zij stichtte met haar man de vereniging Linea d’Ombra. Zij vertelt: "Les pieds sont comme un parchemin sur lequel est écrite la souffrance de ceux qui gagnent Trieste via les Balkans. Là ce sont des pieds de tranchée: enflammés, couverts de cloques, après 15 à 20 jours de marche dans des conditions désastreuses" (La Croix 09.07.22).

Jezus had al eerder de lof uitgesproken voor de trouwe en waakzame dienaars, die wachten op hun heer of meesteres, die naar de bruiloft zijn gegaan (Lc. 12,36-37). Hij had onder zijn leerlingen ook al gemerkt dat deze vragen hadden en dat ze twisten over wie onder hen wel de grootste zou zijn. Hij had toen een kind bij zich geroepen en tot zijn leerlingen gezegd: “Wie een kind opneemt in mijn naam, neemt Mij op. Wie de kleinste onder u allen is, die is de grootste” (Lc. 9, 48).

Een nederige opstelling kan God behagen. In het boek Ecclesiasticus wordt wie bescheiden is geprezen. Eenvoud siert. “God wordt geëerd door de nederigen’ (Sir. 2,20). Voor prinsen, abten, bisschoppen die woonden in pronkerige gebouwen was het niet zo gemakkelijk om eenvoudig en bescheiden te blijven. Zondag 4 september 2022 wordt Paus Johannes Paulus I, Albino Luciani zaligverklaard. Deze paus wordt vooral geprezen om zijn minzaamheid en nederigheid. Zalig is hij omdat hij van Jezus hield en van de mensen. Humilitas, dit was zijn wapenspreuk als bisschop..

Nederigheid staat ver af van geblaseerdheid. In het Trinkhall-museum in Luik, gewijd aan werken van zogenaamde ‘fragiele’ kunstenaars, hing een tekst van Maurice Pirenne: “Laten we luxe overlaten aan de vulgaire mens. Alleen de fijngevoeligen kunnen de charme van eenvoudige en arme dingen proeven. ‘Ik ben de wereld rondgereisd’ zegt de ene. ‘Ik heb deze tafel gemaakt’ zegt de andere. Ik kijk ernaar. Het lijkt solide, goed proportioneel, een goed stuk werk. Ik weet niet of de reis van de eerste rond de wereld net zo goed was.”

Het is een compliment wanneer zoals op het in memoriam van priester Daniël staat: “De herinnering blijft zoals je was , in eenvoud sterk en groot.”

 

Oog voor de kleinen

Een gebouw steunt op fundamenten. Bij de bouw van een toren is elke laag belangrijk, Wat beneden is en laag ligt, draagt wat erbovenop komt. De onderste lagen dragen en schragen al de andere. Ze worden zelf niet gezien. Zovelen worden geprezen, maar wat ongezien is wordt vergeten.

Het probleem van schikkingen aan tafel, die de voorname Farizeeër had met zijn disgenoten, valt weg, zegt Jezus, zo hij de armen, de gebrekkigen zou uitnodigen. Het ontslaat de gastheer om plaatsen aan te duiden. Al zijn er ook in de wereld van armen spanningen en kan de ene zich beter achten dan een ander.

Tegenover de etiquette van de rijke Farizeeër stelt Jezus een andere ordening. Nodig armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden uit. Deze mensen kunnen het niet op dezelfde wijze teruggeven en ze kunnen toch de gastheer gelukkig maken. Al denk ik hier aan een anekdote die een pater vertelde tijdens een retraite. Een dame was een beetje ontgoocheld nadat zij een arme aan tafel had uitgenodigd. De man had smakelijk gegeten en toen de dame vroeg of het goed was geweest, zei die man, “Ja, madame, maar toch had ik nog graag een tas koffie gekregen.” De pater wist het goed te duiden. We eren God door van zijn gaven te genieten. Hij herinnerde aan een gebed dat de priester in de oude liturgie bad aleer de kelk te drinken: “Wat zal ik de Heer weergeven voor alles wat Hij mij gegeven heeft? Ik zal de kelk van het heil nemen en de naam van de Heer prijzen.” Wij eren God door van zijn gaven te genieten.

Vreugde ervaren

Geef onbaatzuchtig. Hoe zorgen we daarvoor? Hoe wordt dit maatschappelijk geordend? Jezus getuigt vaak van zijn voorkeursliefde voor de armen. Onder invloed van de kerk in Latijns-Amerika en daar gehouden regionale bijeenkomsten is deze voorkeursliefde meer in het licht gesteld. Paus Franciscus heeft van het begin van zijn pontificaat al voortdurend herinnerd aan de zorg voor de armen. Hij nam in 2017 het initiatief voor een Werelddag van de armen, elk jaar op de voorlaatste zondag van het kerkelijk jaar.  

Samen tegen armoede, dit is de inzet van Welzijnszorg. Zo zijn er meerdere organisaties en initiatieven, zoals de Voedselbanken, de Beweging van mensen met een laag inkomen.

Mogen we dan niet meer feesten? Als we het doen, dan toch denken hoe we armen er kunnen laten in delen, zoals verengingen steunen die zich inzetten voor armen. Meewerken aan een maatschappij waar kansarmen meetellen en waar de al te grote verschillen tussen arm en rijk weggewerkt worden. In zijn gesprek met de welstellende gastheer pleit Jezus voor nederigheid en solidariteit.

De vakantie is achter de rug. Daarin hebben velen zich ingezet voor anderen, zoals bij vakantiekampen voor jongeren, voor zieken of tijdens een bedevaart of ziekentriduüm.

Veilig en wel terug van een kort maar intens verblijf in Spa met andere vrijwilligers en vakantiegangers stuurde Iris deze mail: “Het zal een vijfdaagse zijn waar ik steeds met een warm gevoel zal aan terugdenken en dat zal niet zijn omwille van de uitzonderlijke temperaturen maar omwille van de mooie ervaring en de hartelijke ontmoetingen.

Hoewel communiceren met mensen met een ernstige mentale beperking dikwijls niet vanzelfsprekend is, is vaak bij deze mensen de nood aan verbinding en nabijheid heel groot.

Ik hoop dat ik met mijn inzet mijn steentje heb kunnen bijdragen; aan de vele knuffels en kusjes en glimlachen te zien denk ik dat ze allemaal een fijne vakantie hadden!”

Blij om te mogen dienen en met anderen tijd en aandacht te delen. Het doet opnieuw denken aan hen, die gans hun leven gewijd hebben aan de zorg voor armen, zieken, voor melaatsen. Hierbij gaan opnieuw de gedachten naar pater Damiaan. Op zijn graf in Leuven in de kerk van de Picpussen staat deze zin: “Ik vind mijn grootste geluk den Heer te dienen in zijne arme en zieke kinderen die van de andere mensen verstoten worden.”