Eén voorbeeld is beter dan duizend woorden!

Beste vrienden,

Wanneer kinderen zich iets in het hoofd hebben gehaald, dan hebben hun ouders doorgaans zeer slechte kaarten! En wat Vader en Moeder vanaf een bepaalde leeftijd in een dergelijk geval zeker moeten vermijden, dat is: veel op hen in te praten! Hoe meer je daar als ouder tegenin gaat, hoe meer je verbiedt, beleert, of gewoon probeert om het je kinderen uit hun kop te praten, hoe zekerder je ervan kan zijn dat je kind uiteindelijk juist dat zal doen wat je als ouder het minste wil. Velen onder u hebben dat zeker al meegemaakt. En hoe dikwijls is dat niet met onzegbaar veel leed verbonden. Hoeveel gezinnen zijn al niet aan dergelijke situaties kapotgegaan?

In een bepaald gezin waren de ouders helemaal niet akkoord met een beslissing van hun dochter en steeds weer kwam het tot dezelfde discussies. Op het laatst viel het woord: “Wanneer je met hem trouwt, hoef je je hier niet meer te vertonen! En als de dochter er toen misschien nog niet helemaal zeker van was of ze die jongen wel wou, na die zin is ze er zeker mee getrouwd.     

Hoe overtuigd je als ouders ook  kan zijn, hoe duidelijk je die ene reusachtige fout ook ziet, hoezeer je ook overtuigd mag zijn van sommige zaken, meestal is dan het meest verkeerde wat je kan doen, daar veel woorden aan vuil te maken. Discuteren heeft soms net het tegenovergestelde resultaat dan dat wat men eigenlijk zou willen.

Wanneer ik daaraan denk, dan verwondert het mij dat we daarnet in de tweede brief aan Timotheus hoorden: “Verkondig het woord, dring te pas en te onpas aan, weerleg, berisp, bemoedig, met al het geduld dat her onderricht vereist.”

 Dat klinkt alsof de schrift hier net het tegenovergestelde eist van wat ons gezonde mensenverstand en onze soms met veel leed opgedane ervaring ons zeggen. Wat religie betreft is dat toch ook niet anders als bij andere dingen.

Dat kennen jullie toch ook. Je mag zoveel preken als je wil, elke zondag opnieuw woorden hebben over het feit of zoonlief naar de kerk zal gaan of niet, en tenslotte draait het erop uit dat hij helemaal niet meer gaat. Al dat praten, beleren, verbieden en dwingen draait toch op niets uit.

En opdringerig verkondigen, misschien zelfs van deur tot deur, en soms met de voet tussen de deur, opdat de boodschap zeker moet gehoord worden, dat stoot nog meer af dan dat het mensen overtuigt. Daarom vermoed ik dat de tweede brief aan Timotheus een andere soort van verkondiging op het oog heeft dan gewoon te praten. Ik denk niet dat de Bijbel ervan uitgaat dat wij allemaal, op onze werkplek, grote preken gaan houden. De wereld wordt er niet beter op wanneer we allemaal diepzinnige geloofsgesprekken gaan voeren. Verkondiging gebeurt pas op de tweede plaats door woorden. Verkondigen doe je door je persoonlijkheid. En wel door je ganse persoonlijkheid.

Wanneer ouders hun kinderen voortdurend laten voelen dat ze graag gezien worden, wanneer ze hen laten verstaan dat de deur altijd voor hen openstaat, dan verkondigen zij daardoor meer van Gods liefde als alle predicaties ter wereld.

Wanneer mensen op hun werkplek er doorgaans voor uitkomen dat ze Christenen zijn, maar vooraf ook hebben aangetoond dat ze betrouwbaar, hulpvaardig en vooral ook menselijk zijn, dan verkondigen ze meer van hun geloof, dan wanneer ze iedere dag een preek tegen hun collega’s zouden afsteken. Daarom zou ik dat gedeelte van de tweede brief aan Timotheus voor ons eigen leven zo willen formuleren:  “Verkondig het woord, dring te pas en te onpas aan, en wel vooraf door je geloof werkelijk voor te leven, overtuigend en aanstekelijk, zodat de anderen diep in hun hart overtuigd geraken.  Amen