Felicitaties en waarschuwingen

 

De jaarwisseling ligt al enkele weken achter de rug. De wensen voor zalig kerstfeest en gelukkig nieuwjaar zijn gelezen. Wensen zijn vaak onpersoonlijk en algemeen, maar daarom niet minder oprecht.

Geen masker

Voor dit jaar hebben we wellicht gewenst dat het een jaar zonder masker zou zijn, een jaar zonder dat stukje stof dat ons nochtans bescherming biedt en een jaar zonder masker, maar dan figuurlijk bedoeld. Een masker waardoor wij de andere mens niet ontmoeten, ons beter willen voordoen dan we echt zijn en soms ook God een vlassen baard willen aandoen.

Meer en meer moet het woord ‘zalig’ wijken voor het woord ‘geluk’. Of zijn het toch synoniemen. Niet alleen Bartje zoekt het geluk, maar elke mens is ernaar op zoek. Wat maakt ons gelukkig? De reclamespots in de media leggen het zowel in kleine als grote dingen, die we ons kunnen aanschaffen en kopen. Ze maken reclame voor goed eten, een snelle wagen, een goede verzekering, vlugge dienstverlening. De media berichten over het geluk van vedetten, filmsterren en sportlui. Een glans die soms zo vlug voorbij gaat en van korte duur is.

Zalig-zijn is meestal hetzelfde als gelukkig-zijn, al roept zaligheid meer een gevoel op van eeuwigheid en oneindigheid, een toestand die voor altijd zou mogen blijven duren. Het lijkt een paradox, dat je iemand zalig kan verklaren, die naar menselijk norm veel ongeluk heeft gekend.

Welzalig is de mens die wijsheid vindt, de mens die inzicht verkrijgt” (Spreuken 3,13). De bijbel heeft meerdere teksten waarin het volk Israël, man en vrouw geprezen worden wanneer zij zich richten naar Gods woord (psalm 1). De profeet Jeremia prijst de mens gelukkig die zich richt op Gods voorschriften. Hij vergelijkt deze met een stevige, schone boom (Jer. 17,8).

Ja, het is goed om onszelf en onze medemensen geluk en zaligheid toe te wensen en hen tevens de weg erheen aan te duiden.

Zaligsprekingen

Mattheus en Lucas brengen vrij vlug in hun verhaal over Jezus een lange toespraak, waarin Jezus zijn toehoorders geluk en zaligheid aanprijst, en de weg erheen. De zaligsprekingen zijn als een portret of een film van Jezus, waarin we zien en horen wat hem bezielde en waarvoor hij leefde. Hij was de arme, die leefde voor het rijk Gods. Hij was het die hongerigen gespijzigd heeft, wenenden getroost en die zelf vervolging heeft gekend. De zaligsprekingen zijn een charter. Zij zijn als een wegcode om het rijk binnen te gaan, dat hij aankondigt.

Bij Mattheus zijn er acht krachtige wensen, bij Lucas zijn het er vier, maar we krijgen ze bij Lucas in een dubbele formulering: een keer als een felicitatie en vervolgens nog eens wanneer hij waarschuwt voor een leven, waarin deze waarden ontbreken. Hij geeft richtingwijzers en tevens aanduidingen over wegen die we niet mogen gaan.

Na het zalig prijzen, waarschuwt Jezus zijn toehoorders met een viervoudig ‘wee u’. Wie het goed met ons voor heeft en bekommerd is om onze toekomst, zal ons waarschuwen wanneer we de verkeerde weg opgaan. Dit tweede deel van de vlakterede met die viervoudig ‘wee u’ bevat wat paus Franciscus noemt de ‘anti-zaligheden’. Het zijn wegen die we niet mogen volgen. De waarschuwing in deze ‘anti-zaligheden’is bij Lucas krachtiger dan de lof. Let op en maak geen god van je rijkdom, wees niet zelfvoldaan, wees niet ijdel en hoogmoedig.

Jezus richt zich eerst tot hen die arm zijn, hongerig en verdrietig en tot hen die vervolgd worden en uitgelachen omdat zij Jezus volgen en het goede nastreven. “De eerste drie zaligsprekingen hebben de 'armen' als voorwerp. Vrij algemeen wordt aangenomen dat met 'de armen, die verdriet hebben en die hongeren en dorsten' geen drie onderscheiden groepen van mensen bedoeld worden, maar wel één ruime categorie, die alle misdeelden en sukkelaars van de maatschappij omvat” (Sylvester Lamberigts). Bij de armen kunnen mensen zijn die door andere miskend worden en gemeden, zoals de tollenaars.

De vierde zaligspreking staat wat apart. Het gaat over wie vervolgd worden omwille van hun geloof en hun trouw aan Jezus, de Mensenzoon. Zij zijn met velen die op onze dagen als christen vervolgd worden. Als katholieke liefdadigheidsorganisatie ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

Jezus heeft, wanneer hij zich richt tot zijn leerlingen en tot een grote menigte, de zin van Jesaja voor ogen die hij in Nazareth op zichzelf heeft toegepast. Hij weet zich gezonden om aan armen de blijde boodschap te brengen, aan gevangenen vrijlating (vgl. Jes.61,1-2; Lc, 4,18). Het is alsof zijn moeder Maria meeluistert en een zin uit het Magnificat herhaalt; “Wie honger heeft, overlaadt hij met gaven, de rijken stuurt hij heen met lege handen” (Lc. 1,53).

Jezus laat de armen aanvoelen dat ze meetellen, dat hij met hen begaan is. Zij hebben een plaats in het rijk. Ze worden medeuitgenodigd op de feestmaaltijd (Lc. 14,13).

Rijken, let op

Jezus veroordeelt de rijken niet, maar hij wijst hen op hun verantwoordelijkheid. Lucas heeft wellicht welstellende gemeenten voor ogen, waar rijken weinig aandacht hebben voor de armen. Zo had Paulus een klacht over de wijze waarop bepaalde gemeenschappen eucharistie vierden. “Ieder nuttigt bij het eten zijn eigen maaltijd met het gevolg dat sommigen honger lijden en anderen dronken zijn’” (1 Kor.11, 20-22). In de Handelingen van de apostelen brengt Paulus een woord van Jezus in herinnering: “Het is zaliger te geven dan te ontvangen” (Hand. 20,35). Hebben we in de rijke landen iets van deze raad toegepast tijdens de coronapandemie voor de arme landen? Zitten we vast in een cultuur van onverschilligheid?

Zijn we kritisch genoeg tegenover onszelf en niet te veel gesteld op applaus? Laat je daardoor niet bedriegen, zegt Jezus. Wie vandaag hoog scoort, kan morgen vallen.

Een navigatieplan

De toespraken van Jezus, zowel deze op de berg als die in de vlakte, geven ons een navigatieplan mee, waarbij we ons laten leiden door vreugde, eenvoud en barmhartigheid. Vanaf het begin van haar ontstaan geeft de gemeenschap van Taizé aan de bezoekers dit eenvoudig gebed mee in de geest van de zaligsprekingen: “Garde-nous tous dans l’esprit des Béatitudes, la joie, la simplicité, la miséricorde.” Het is een gebed om te werken aan en te leven in vreugde, eenvoud, barmhartigheid.

Zuster Maria Jozefa, Zuster van Liefde van Jezus en Maria overleed twee maanden nadat ze 105 jaar was geworden. Bij deze hoge verjaardag had Nicole Lehoucq enkele dagen voor de 105° verjaardag een gesprek met haar. Het was voor Kerk en Leven van de Emmaüsparochie Destelbergen-Melle. Ze vroeg naar het recept voor zo een lang en mooi leven. “Ik heb daar niets speciaals voor gedaan.” zei de jarige Zuster “Eigenlijk heb ik het gemakkelijk gehad in het leven. Ik kom uit een goede thuis, ik zag mijn ouders nooit ruzie maken. Als oudste van zes werd van mij wel verwacht dat ik het voorbeeld gaf. Mijn moeder zei altijd:

Wat nodig is, moet ge hebben.

Wat nuttig is, moogt ge hebben.

Wat onnodig is, daar moet ge niet meer aan denken.

Luisteren en handelen

De toespraken van Jezus helpen ons te schiften en zij wijzen waar het op aankomt.

Niet het vele is goed, maar het goede is veel. Een raad de een onderwijzer zijn leven lang heeft onthouden van zijn leraar opvoedkunde.

“Het is allebei waar: de Bergrede is gericht op de wijde wereld, op heden en toekomst, maar ze heeft concrete leerlingen nodig en ze kan slechts begrepen worden wanneer men met Jezus meegaat en Hem navolgt” (J. Ratzinger, Jezus van Nazareth, p.85).

Dag aan dag kunnen we groeien om een volk van de zaligspreking en de zaligwording te zijn.