Tijd door het jaar (C)

Bij Marcus en Matteüs klimt Jezus de berg op voordat hij de acht zaligheden geeft. Het is alsof wat hij te zeggen heeft van bovenaf komt, en dat het ook boven ons ligt, een ideaal, de beloofde prijs na een lange tocht. Bij Lucas klimt hij, voor hij zijn zaligheden geeft, naar beneden, de vlakte in waar we leven en waar de menigte die op hem wachtte zich had verzameld.

Ze waren van ver gekomen, uit Judea, Jeruzalem, Tyrus en Sidon. Ze hadden huis en hof in de steek gelaten om hem te horen en om genezen te worden. Naar beneden komend ziet Jezus de menigte; daarop kijkt hij zijn apostelen aan en zegt: ‘Zalig gij die arm zijt, want aan u behoort het rijk Gods. Zalig die honger lijdt, want gij zult verzadigd worden. Zalig die nu weent want gij zult lachten. Zalig zijt gij wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten, wanneer zij u uitstoten en u beschimpen en uw naam uit de samenleving bannen als iets verfoeilijks.'

Wat was de bedoeling van dit alles? Insinueert Jezus dat armoede - met de onvermijdelijke gevolgen van dien: honger, ziekte, ongedierte, gebrek aan onderwijs, prostitutie, kindersterfte en ellende - iemand gelukkig zou kunnen maken? Dat is nauwelijks aan te nemen. Hij was mensen aan het toespreken, die juist gekomen waren om van dat alles verlost te worden. En hij zei tegen hen dat ze daar groot gelijk in hadden.

Laten we proberen de feiten te laten spreken. Jezus had die nacht in de eenzaamheid van een bergtop gebeden. Terwijl hij omlaag klom, zag hij de menigte voor hem in de vlakte samenstro-men, honderden, misschien wel duizenden. Ze kwamen niet alleen om hem te zien en te horen. Ze kwamen omdat ze zichzelf als arm en hongerig, dorstig en onwetend, gefrustreerd en verdrukt beschouwden. Ze kwamen omdat ze hoopten op een verandering van de wereld waarin ze leefden. Ze kwamen omdat ze hoopten op een betere rechtvaardigheid, grotere integriteit, en meer plezier in het leven. Het is om die hoop in hen dat hij hen prijst en zalig spreekt. De enige hoop in onze wereld zijn ook nu nog degenen, die aan de onderkant van de wereld inzien dat een verandering nodig is, en die de huidige situatie niet uit kunnen staan.

Jezus zegt dat zij de hoop van de wereld zijn. Niet op de eerste plaats omdat ze op hem afkwamen, maar om de dynamiek in hen die hun deed komen. Hadden ze daarom niet alles achter gelaten en waren ze daarom niet de moeilijke tocht het gebergte in begonnen? Ze kwamen omdat ze wisten dat wij allen in deze wereld arm zijn. Ze kwamen omdat ze hongerden en dorstten naar een verandering. Zij kwamen omdat ze huilden en weenden als ze aan het bittere lot van zovelen in deze wereld dachten, die aanvoelden dat het zo niet heel veel langer kan en daarom uit zijn op een alternatief. Zij zijn het die uiteindelijk zullen lachen als het eenmaal zo ver is.

Het was een dynamiek die hij zelf ook kende. Het was de dynamiek die hem hier binnen onze wereld gebracht had. De menigte die op hem afkwam werd bewogen door wat hemzelf bewoog. Hij kwam van de berg af, zij trokken het gebergte in, en het was op de vlakte aan de voet van de berg waar hij zijn hart uitgebeden had, waar ze elkaar ontmoetten.

Hij had het ook over hen die thuis waren gebleven, de rijken en verzadigden, die nu lachen en door elkaar geprezen worden. Ze missen echter een realiteitszin, en wat ze op het ogenblik genieten is daarom zo verraderlijk. Als zij eenmaal door de realiteit van de wereld getroffen zullen worden, zal hun verdriet des te erger zijn.

Het zijn eigenlijk helemaal ziet zo'n verheven ideeën die Jezus die morgen verkondigt. Het zijn heel gewone beschouwingen, waarvan we eigenlijk allemaal wel weet hebben. Het is een geschiedenis waarvan we allemaal voorbeelden zouden kunnen vinden.

Geen wonder eigenlijk dat het zich allemaal afspeelt op de vlakte. De vlakte van het doodgewone menselijke bestaan, waar sommigen het wel en anderen het niet willen zien. Want een ding maakt Jezus duidelijk: de verandering komt zonder meer. Die is ons en hem ingeboren!