De opgestane werd ons leven (2007)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 121 niet laden
“Zoals het Licht ons verschijnt in de nacht, zo is Jezus onze vreugde…” (Lied in de Paaswake)

1. Pasen is het feest van Jezus' opstanding, hét feest bij uitstek van de christen.

- Het is de kern van de geloofsverkondiging, waarrond van meet af het evangelie is gegroeid: “Hij die gekruisigd werd, is verrezen. En daarvan zijn wij getuigen !” Dit hoorden we duidelijk in de eerste lezing uit het boek Handelingen(Hand. 10, 3,34-43), dat ons vertelt hoe de apostelen bij herhaling in die eerste eeuw Jezus als de Christus aan hun tijdgenoten, aan heidenen zowel als aan Joden hebben geproclameerd. Paulus zal er met klem aan toevoegen: “Als Christus niet verrezen is, is onze prediking zonder inhoud en uw geloof zonder grond.” (1 Kor. 15,14).“ Met deze waarheid staat of valt het christendom. Met deze boodschap staat of valt de geloofsgemeenschap.

- Ons christelijk geloof is meer dan een wijsbegeerte, meer dan iets als het boeddhisme dat veeleer een humane levenshouding is dan een echt godsgeloof. Ons geloof is niet een theorie maar een levende Persoon, die doorheen de dood in de verrijzenis tot voltooiing is gekomen. Het bijzonderste is niet dat Jezus 2000 jaar terug uit de dood is opgestaan, als voorbijgaande gebeurtenis; maar dat Hij vandaag onder ons als verrezen Heer leeft. Met Hem mogen wij leven in liefdeverbondenheid en in dialoog. Voor ons is Hij “een Licht voor onze ogen, Hij is een feest voor ons hart.” Hij is ons leven. Wij zijn geroepen om in zijn leven te delen, en ook in zijn opstanding. Dit was de informatie van Paulus aan de Kolossenzen, in de tweede lezing: “ Christus is uw leven, en wanneer Hij verschijnt, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.” (Kol. 3, 1-4).

2. Dit geloof steunt op het getuigenis van de apostelen.

- De apostelen hebben de verrijzenis zelf niet meegemaakt. En dit pleit voor de echtheid van de evangeliën. Mocht de verrijzenis een uitvindsel zijn, dan zou men op allerlei wijzen dat wonderbaar gebeuren hebben beschreven. Ze hebben wel de Verrezen Heer meegemaakt. En dat was een voorwaarde om apostel te zijn. Ons geloof berust op historische gegevens waarvan zij getuigden. Jezus is na zijn dood aan honderden verschenen, onverwacht en in weerwil van hun twijfel of hun ongeloof. Zijn verschijningen waren geen projecties die uit hardnekkig geloof zouden zijn ontstaan.

- Het evangelie (Joh. 20, 1-9) van dit Paasfeest vertelt ons enkel heel bescheiden de eerste aanzet van deze verkondiging: de ontdekking van het lege graf met alleen de lijkdoeken. Daarin komen de vier evangelisten overeen. Deze ervaring werd bevestigd door de Joden, die de leerlingen ervan verdachten dat ze wel het lijk moesten gestolen hebben. Merkwaardig dat ook de eerste getuigen zelf er geen blijf mee wisten. Maria Magdalena dacht: ze moeten Hem weggenomen hebben; maar waar ligt Hij dan ? En Petrus bleef er verstomd bij staren. Hij had zelf eerst gedacht dat de melding van de vrouwen toch maar beuzelarijen waren (Lc. 24,11). Tot op heden leeft in rationalistische en in kerkvijandige kringen de gedachte, dat Jezus’ skelet nog wel ergens in een graf moet liggen. Een zogezegde recente ontdekking van "een graf met Jezus’ gebeente" behoort tot het nieuws van de sensatiepers, en wordt zelfs door niet-christelijke archeologen als ongerijmdheid afgedaan.

- Bij het bericht renden Petrus en Johannes vlug erheen. De leerling die veel van Jezus hield liep voorop, maar liet Petrus eerst binnen gaan. De tweede in rang stak eerst de eerste voorbij. Dat was het geval toen voor Jezus’ proces bij de hogepriester Johannes Jezus volgde, het eerst binnenging en pas nadien Petrus binnenliet (Joh. 18,16). En het was opnieuw Johannes die op de oever van het meer, nog voor Petrus, de Heer had herkend (Joh. 21,7). – De fijnzinnige achtergrond van dit terugkerend contrast is dat het geloofsinzicht met liefde te maken heeft. Wie liefheeft, ziet, doorziet, ziet verder. In dat dieper zien ontstaat het geloven: “Hij zag en geloofde”.

3. Als verrezen Heer blijft Hij bij ons.

Jezus’ verrijzenis houdt onmiddellijk verband met het nieuwe Pascha, de Eucharistie, die Hij pas had ingesteld. De verrezen Christus leeft in zijn Kerk. Hiervan is de eerste invalspoort dit “Sacrament van de liefde”, zoals Paus Benedicus XVI het noemt in zijn recente “exhortatie”. Toen Jezus zei: “Blijf dit doen om Mij te gedenken”, betekent dit woord “gedenken” vanuit de taal van Jezus: veel meer dan een herinnering, wel een weder tegenwoordig stellen. Wat in Jezus’ dood en verrijzenis gebeurde wordt hier actueel in de maaltijd, die tegelijk een offer is in de zelfgave van Jezus. Hij is er als bron van leven. Daarin ligt heel het belang niet alleen van de Paascommunie, maar ook van de Eucharistieviering elke zondag. Daar is tevens het belang van de aanbidding. De Kerk leeft door de eucharistie. Zij omvormt ons en maakt ons nieuw. De Opgestane is ons leven!