Wat er gebeurd was

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

De twee reizigers op weg van Jeruzalem naar Emmaüs, vermeld in de evangelielezing van de avondmis voor Pasen, hadden de hoop opgegeven. Ze hadden gedacht dat Jezus de zaak zou klaren, en dat had hij niet gedaan.

Die avond verlieten ze de groep gelovigen waar ze in Jeruzalem bij hoorden, en gingen de lange weg terug naar huis. Voor ze vertrokken, hadden ze in Jeruzalem het verhaal over zijn verrijzenis nog gehoord, maar dat was niet genoeg geweest om hen daar te houden. Ze hadden op iets anders gehoopt dan een verrezen iemand. In de verhalen die ze gehoord hadden over Jezus waren er anderen uit de dood opgerezen, Lazarus en de enige zoon van de weduwe in Naïn. Grandioze tekenen, maar tekenen van wat? Die verrijzenissen hadden het leven hier in de wereld niet echt veranderd. Ze maakten dat alles duidelijk aan de reisgenoot die zich bij hen voegde. Zonder te weten aan wie ze dat eigenlijk zeiden, vertelden ze hem dat ze gehoopt hadden op verlossing.

Misschien dat ze die verlossing beperkten tot de politieke ontvoogding van Israël, misschien dat ze die verlossing zagen in een groter verband, wie zal het zeggen. Maar hoe dan ook, die verlossing was niet gekomen. De twee uit Emmaüs schenen minder geïnteresseerd in de verlosser dan in wat ze van hem verwacht hadden. Misschien is dat ook de reden dat ze hem niet terugkenden, zelfs niet toen hij hun de schriften uitlegde.

Ze kenden hem pas terug bij het breken van het brood. J.A. Fitzmeyer merkt over deze tekst op: ‘Wat vooral van belang is, is het feit dat de leerlingen rapporteren dat ze hem terugkenden in het breken van het brood en niet door hem te zien.' Had Jezus hun onderweg verteld dat het de verlosser om dat breken van het brood ging? Dat hij stierf omdat hij dat aan ons allen duidelijk wilde maken? Dat het hem uiteindelijk ging om een nieuwe menselijke levenshouding ten opzichte van alle anderen? Dat we samen brood brekend één lichaam dienen te vormen?

Er moet een verband geweest zijn tussen wat hij hun uitlegde en wat zij plotseling begrepen - en vooral ook voelden - toen hij hun brood brak. Tot op het einde van hun verhaal blijven de twee uit Emmaüs erbij ‘hoe hij door hen herkend werd in het breken van het brood'. Het was in zijn levensactiviteit, die niet ten onder gegaan was op het kruis, dat ze hem terugkenden.

We vieren vandaag niet alleen dat hij door de dood heen trok en verrees. Dat vieren we. Maar we vieren ook dat de levensstijl die hij hier in deze wereld introduceerde dóórleefde en dóórleeft, en nooit ongedaan gemaakt zal worden. We vieren het verrezen leven van de Heer in de wereld waarin we leven, in anderen en in onszelf.

Het is vooral de evangelist Lucas die daar de nadruk op legt. Hij heeft daar een goede reden voor. Het is in zekere zin zijn eigen verrijzenisverhaal. Hij is de enige evangelist die Jezus nooit zag. Lucas was geen jood. Hij kwam tot Jezus Christus door zijn contact met de christelijke gemeenschappen die hij In de praktijk van zijn leven ontmoette. Lucas werd getroffen door het soort leven dat binnen die christelijke gemeenschappen geleefd werd. Binnen die gemeenschappen trof hem hun gezamenlijk leven, hun zorg voor weduwen en wezen, zieken en melaatsen; maar ook werd hij getroffen door de personen die de gemeenschappen vormden. Lucas wilde weten wat er met hen gebeurd was, en dat onderzoek bracht hem op het spoor van Jezus. Lucas kwam tot Jezus via de christelijke gemeenschappen. Voor Lucas waren die gemeenschappen en de personen daarin de tekenen van het Godsrijk onder ons, tekenen van het verrezen leven van de Heer Jezus in onze wereld. Hij schreef in het begin van zijn evangelie aan Teofilus dat hij hem wilde vertellen over ‘de gebeurtenissen die onder ons hebben plaats gevonden'.

Natuurlijk ging het Lucas om Jezus - met hem begon het allemaal - maar het ging hem ook om wat er met zijn leerlingen gebeurd was onder diens invloed. Voor Lucas verdween het verrezen leven van de Heer niet aan de andere zijde van het leven, het bleef hier onder ons - in ons midden -terwijl wij ons brood breken.