Gods voorkeur (2001)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

VERGETEN BROCCOLI

‘En, lekker gegeten?’ vroeg ik. ‘Ja hoor’, antwoordde de man een beetje vreugdeloos. Om zijn woord wat meer overtuiging te geven liet hij erop volgen, ‘ja, van die lekkere dingen, hoe heten ze ook weer... groen, en een beetje wolkig, eh, ze smaken naar... eh... ze liggen altijd voor de deur in die groentewinkel... eh, zeg eens gauw, daar op de hoek, je weet toch wel, daarachter....’ Hij maakte een wijzend gebaar in zuid-oostelijke richting. ‘Waar de jongste dochter van die vroegere onderwijzer woont, toe, help me eens, je kent ze ook..., hij heeft wat weg van die minister, eh, van buitenlandse zaken.’ Ik had spijt over mijn vraag. Ik zei snel. ‘Lekkere groente gegeten dus!’ Maar de man was de naam kwijt en hij kon nergens anders meer aan denken. Hij beet zich vast in wat hem ontging. Je weet wel die onderwijzer die zo bekend was om zijn, eh, hij had zo’n hobby, met goudverf en zo... ‘Iconen schilderen?’ probeerde ik voorzichtig en toen ineens viel het dubbeltje tot op de bodem. ‘Ja!’, riep hij verheugd. Iconen..., van Aarsen...,  Bertha Heuvelmans..., VitaminePaleis.., Vrijheidslaan..., Bloemkool..., Broccoli! Broccoli heb ik gegeten...! Hij was zichtbaar opgelucht.
Heel veel woorden schieten je op zulke momenten te binnen, maar dat ene dat je kwijt bent zuigt alle aandacht naar zich toe. Je hebt geen rust, voor je het gevonden hebt.
Wat je mist eist meer aandacht dan wat je hebt.

DE AANWEZIGE AFWEZIGE

‘Jullie hebben een leuk feest voor ons gebouwd.’ De moeder sloeg haar handen ineen en keek nog eens verheugd naar de schare kinderen en kleinkinderen en naar de vele bloemen en naar haar man. Maar even later zag je haar blik weer verstarren in een zorgelijke grijns. Want deze vijf kinderen met hun aanhang en zeven schatten van kleinkinderen konden met zijn allen die ene dochter niet laten vergeten. Carla zou in Schiedam wonen. Al viereneenhalf jaar had ze niets van haar gehoord. Dat deed pijn.
Die ene postzegel, die nog aan je verzameling ontbreekt vraagt veel meer aandacht dan de 14 exemplaren die je al hebt. Wat zoekgeraakt is, roept heel wat meer zuchten op dan wat voorhanden is. Vraag dat maar aan Sint Antonius!
Ooit liet iemand me vijf afschriften zien van brieven die hij naar een speelgoedfabrikant had gestuurd omdat hij één stukje miste in een legpuzzel van tienduizend stukjes, die was uitverkocht.
‘Ik heb 8 kinderen’, zei de moeder trots, ‘en twee niet in leven’. Die twee die ze voor de geboorte verloren had telden volwaardig mee.

ZOEKENDE HERDERS, VROUWEN, VADERS

Deze simpele levenservaring vertelt Jezus ook. Om te laten zien hoe universeel deze waarheid is illustreert hij het met drie beelden. Die éne van honderd, die éne van tien, éen van de twee... De herder met zijn schapen, de vrouw met haar drachmen, de vader met zijn zoons. Wat voor dieren, dingen en mensen geld, voor mannen en vrouwen, dat geldt altijd en overal: ons hart gaat het meest uit naar die éne die verloren is.
Met dit verhaal wil Jezus duidelijk maken hoe God is. God is als een moeder die een drachme kwijt is. God is als een vader wiens zoon aan het zwerven is. God is de herder die zijn hele kudde in de steek laat omdat een jong puber-schaap aan het experimenteren is geslagen.

ZIJN ALS GOD

Hoe kwam Jezus erbij om precies deze eigenschap van God naar voren te brengen? Voelde hij zichzelf als een verlorene?
Nee, dat was niet het geval. Jezus werd steeds vaker en feller aangevallen. Zijn critici hadden er grote moeite mee dat hij zich ophield bij wat wij vroeger in Maastricht platweg ‘krepuul’ noemden. Jezus gaat met tollenaars eten, betreedt hun huis en maakt zichzelf daarmee onrein. Jezus veroordeelt de overspelige vrouw niet. Hij raakt melaatsen aan. Hij zoekt de mensen op die afgeschreven zijn. De kerkelijke overheid is daar fel tegen. Jezus geeft een slecht voorbeeld aan de jongeren. Al te grote toegeeflijkheid kan de suggestie wekken dat het er niet zo toe doet hoe je leeft. Jezus voelt de dreiging en wil zijn gedrag rechtvaardigen. Hij wil laten zien dat hij niet anders kan. God wil niet anders. Ook Gods hart gaat bloedend uit naar de verlorenen van het huis van Israël.
Gods barmhartigheid is Jezus’ diepste motief om zelf barmhartig te zijn.

HET NAKIJKEN

De vader had zijn zoon het huis zien uitgaan. Wat kon hij doen? De jongen was volwassen. Vader kon alleen wakker liggen ‘s nachts en duizend keer zijn vrouw toefluisteren dat de jongen wel wist wat hij deed. Hij kon alleen met bange vermoedens de verhalen van reizigers aanhoren over hongersnood in verre landen. Hij kon alleen maar bidden en hopen en elke ochtend op de uitkijk staan en zijn hart laten overslaan als in de verte iemand naderde die even op zijn zoon leek. Begrijp je waarom God van die zwerver houdt en die asielzoeker en die ongelovige. Begrijp je het?

DOMINIQUE LOOPT WEG

Lieve kinderen. Dominique was heel erg boos. Haar jongere zusje Manou had alles vol gekliederd en nu kreeg Dominique de schuld. ‘Had ze maar moeten oppassen! Jij bent de oudste, je moest de verstandigste zijn...!’ De krijsende Manou had een snoepje als troost gekregen. ‘Ik ga weg’, dacht Dominique en ze ging weg. Dat was niet zo moeilijk want tante Jet woonde drie huizen verderop en die vond haar tenminste leuk. ‘Wat leuk’, riep Jet aan de deur, ‘kom je op bezoek?’ ‘Ik blijf hier voor altijd’, viel Dominique met de deur in huis. ‘Oei, dat zal mamma erg vinden’, zei Jet. ‘Helemaal niet! Mamma heeft Manou al.’ ‘Manou is nog zo klein’, zei Jet. ‘Je moet even geduld hebben. Nog een paar jaartjes en dan zal Manou blij zijn met haar grote zusje. Dan zal ze willen dat je haar haren knipt en kamt en haar lippen stift en mee helpt bloemen plukken. Dan zal ze trots op je zijn.’ Dominique dacht even na en zei toen met een dun stemmetje: ‘Dan blijf ik maar een paar jaartjes bij jou!’
Dat bedoelde Jezus: de oudste broer en de oudste zus moeten maar wat geduld hebben met dat jonge grut.