Kerst als religieus model (2de kerst 2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

MENSWORDING

Met kerstmis vieren we niet alleen een gebeurtenis die 2000 jaar geleden plaatsvond. Het is niet alleen de verjaardag van Jezus. Veel eerder al was kerstmis de langste winternacht. Dat was een nacht vol angstig afwachten, dat er weer licht zou komen in de duisternis. Een nacht van hoop. Een tijd waarin de hemel de aarde raakte. Er kwam iets goddelijks over de wereld. De natuur hield de adem in. Goden verschenen in dierengedaante. De jacht was verboden. Vissen werden er niet gevangen. De krijgers legden hun wapens neer. Het rad van de zon kantelde. Raderen werden stilgezet. Omdat het donker het dreigde te winnen, hoopte men vurig op het heilige.
De Christenen gingen de proloog van de evangelist Johannes lezen, over het licht dat schijnt in de duisternis en het Woord van God dat vlees werd. Met midwinter vierden ze Gods menswording.

MENSWORDEN IN ONS

Gods menswording beperkt zich niet tot een moment in de geschiedenis. Het is een mysterie dat ook ons aangaat. Gods menswording moet ook gebeuren in ons hart, in ons huis, in ons doen en laten. We geloven dat God zijn weg zoekt in de geschiedenis en ons daartoe roept en nodig heeft. God levert zich aan ons uit. Gods barmhartigheid valt en staat met ons handelen. En daarom is Kerstmis niet alleen een historische gebeurtenis maar het is ook een religieus model om je eigen leven mee te begrijpen. Wij zijn er om het licht van het begin tot hier en nu te laten schijnen. God komt aan het licht als wij ontroerd zijn door schoonheid, als medelijden ons beheerst, als het lot van een ander ons aangrijpt en als er een hongerige voor ons staat. Gods menswording realiseert zich in al die momenten waarop het leven zijn heilige kant laat zien en wijzelf worden uitgedaagd om meer en groter dan onszelf te zijn.

IN GEZELLIG SAMENZIJN

Er zijn mensen die kregel worden van de zoetsappige kanten van de kerst. De familieleden zitten, wat hen betreft, wat te dicht en te lang op elkaar. Het is te warm in de kamer en de deur te zeer gesloten. Het voedsel is te overdadig en de knusheid dreigt herhaaldelijk een ruzietoon te zoeken. In menig huishouden zal gister een fikse kerst-ruzie zijn uitgevochten. Menig puber heeft staan trappelen om de gezelligheid te verruilen voor een uurtje chillen buiten op de hoek.

EN IN STRIJD

Dit protest tegen een genoeglijke kerst zinkt in het niet bij wat de liturgie te vertellen heeft. Op tweede kerstdag komt de kerk met het verhaal van Stefanus. Alle gezelligheid en geborgenheid wordt in één klap teniet gedaan! Na een knusse geboorte worden we geconfronteerd met een moord. En de boodschap is deze: Gods menswording realiseert zich in geboorte en sterven, in rijkdom en armoede, in ziekte en gezondheid, in de goede en in de kwade dagen, in zachte en harde woorden, in lieflijke en strijdlustige taal. Ook in de vurige Stefanus die de woede van het volk over zich heen krijgt, en die om vergeving voor zijn moordenaars bidt, ook in hem wordt God mens.

DE ENGEL

Lieve kinderen. Naomi liep met een lijstje en een grote tas naar de supermarkt. Mamma was nog alles vergeten voor de kerst. Naomi begreep het wel. Mamma was er met de gedachte niet bij. Als ze onverwacht de keuken binnen liep, dan keek ze zo ernstig. Dan begon ze met een net iets te vrolijke stem te praten. En een keer had Naomi mamma zien huilen. Ze begreep het wel. Het vorig jaar was oma dood gegaan. Precies op kerstmis. Ze hadden op oma zitten te wachten met het diner en de cadeautjes onder de boom. Het duurde lang. Mamma had door het raam gekeken en gezegd: ‘Het is toch niet glad; waar blijven ze?' Toen ging de telefoon. Tante Jules belde. Naomi hoorde iedereen op hoge toon praten. Allemaal door elkaar. Jules had oma dood gevonden in haar flatje. Zomaar vertrokken in de kerstnacht. Kerstmis zou nooit meer hetzelfde zijn. Ineens kreeg Naomi een idee. Thuis zocht ze achter in de rechterlade van het buffet. Daar lagen nog prentjes van oma's begrafenis. Ze knipte het gezicht uit en plakte het op een tekenvel. Toen tekende ze om het gezicht van oma heen een engel. Met vleugels en een gekreukeld lint in de hand. ‘Vrede op aarde' schreef ze er op. Ze gumde het uit. ‘Vrede voor mamma', ze gumde het weer uit. ‘Vrees niet' werd het ook niet. ‘Treur niet' ook niet. Tenslotte, het lint van de engel was heel dun en grijs geworden, werd het: ‘Kusjes op aarde.' De herders keken die nacht verrukt naar boven.