Geboren buiten de stad

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Hij werd geboren buiten de stad. Dat kon een toeval zijn. Maar er zijn nog twee gevallen waar hij uit de stad wordt geweerd. Het gaat naar Nazaret, de stad waar hij is opgegroeid, en treedt er op in de synagoge; sommige van zijn uitspraken maken zijn stadsgenoten zo woedend, dat ze hem uit hun midden verdrijven, uit de stad. En in Jeruzalem brengen ze hem ter dood op Golgota, weer buiten de stad.
Betlehem, Nazaret, Jeruzalem: het zijn drie steden, waar hij eigenlijk thuis hoort. Betlehem is de stad van zijn voorvader David, Nazaret de stad van zijn jeugd, en Jeruzalem de heilige stad waar de tempel van zijn Vader staat. Het zijn de drie steden waarin hij niet wordt aanvaard. Buiten met hem, weg uit de stad, er is voor hem geen plaats.

Hij wil nochtans graag binnenkomen in de stad van de mens.  Niet als een veroveraar die de weerstand met geweld breekt, niet als een dictator die elke dissident het zwijgen oplegt, niet als een nationalist die alleen de volkseigen waarden beoogt. Hij wil er zijn, incognito, als een zuurdesem die het deeg doet rijzen, als het zaad dat uitgroeit tot een boom, een licht dat weerkaatst wordt in de gezichten van de bewoners, een bron van helder water dat de dorst lest. Als een kind, kwetsbaar en ontwapenend. Nieuw en vernieuwend.

Zo is hij inderdaad gekomen en hij kreeg geen kans. Maar toch genoeg om in zijn kort bestaan een steeds aanzwellende stroom van volgelingen te roepen, die zijn droom delen en die, even weerloos als hij, zich wijden aan de komst van het Rijk. Tweeduizend jaar al, gaan mensen hem achterna, met in hun hart een genster van zijn liefde, en in hun ogen een glimp van het visioen van hoop, dat het zijne is.

En waar die samen de handen in mekaar slaan, "stroomt de rivier met water dat leven geeft, helder als kristal, ontsprongen aan de troon van God en van het lam. Midden op het plein van die stad omgeven door de rivier, staat de levensboom, die twaalf maal vrucht draagt, elke maand eens; en zijn loot brengt de volkeren genezing.  (...) Daar staat de troon van God, en het lam en zijn dienstknechten vereren hem. Zij  zullen zijn gelaat aanschouwen, en zijn naam op hun voorhoofd dragen. Er zal geen nacht meer zijn, en zij hebben geen licht meer nodig van lamp of zon, want God de Heer zal over hen lichten." Die rijke beeldspraak uit het boek der visioenen, de Apocalyps (22,1-5), beschrijft het einddoel van de schepping en de reden van de menswording. Om dat tot stand te brengen is hij gekomen, en daarvoor doet hij een beroep op onze medewerking.

Wij bidden vandaag dat de stad van de mens, die hem geen plaats gunt, eens moge worden de stad van God, waar God alles in allen is; en dat wij mensen, zo vergankelijk en onvoltooid als we zijn, van mensen zullen veranderd worden in kinderen van God…