×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden

Elke dag, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk; elke dag schrijft op de achterpagina van NRC-Handelsblad Frits Abrahams zijn column - die ik altijd lees. Op 26 april van dit jaar schreef hij hoe hij in Den Haag een tentoonstelling bezocht over Ingmar Bergman, de beroemde Zweedse filmmaker. Op die tentoonstelling lieten ze een filmpje zien waarin Bergman als ruim tachtigjarige man in gesprek is met een groepje acteurs. Hij vertelt aan hen dat hij in de jaren zestig een zware operatie moest ondergaan. Hiervoor moest hij verdoofd worden en daardoor verdwenen er zes uur uit zijn bewustzijn en daarmee uit zijn leven. Tot dan toe, zo vertelt Bergman, had hij in grote vrees voor God geleefd. Maar de ervaring na de operatie stelde hem gerust. "Je wordt zonder doel geboren, het leven heeft geen zin", zegt hij. "Als je sterft doof je uit. Van te zijn, verander je in een niet-zijn. Het is niet noodzakelijk dat er een God ronddwaalt tussen onze steeds grilliger atomen." Aldus Bergman.
Dat besef was een opluchting voor hem. Maar in het filmpje, dertig jaar na de operatie, kijkt Bergman zijn acteurs aan en hij zegt: "Toen mijn vrouw Ingrid stierf, werd het problematisch. Ik dacht: ik zie haar niet meer. Ik belde Erlend op (een vriend van hem) en hem legde hij zijn probleem voor: Als de dood de overgang naar het niets is, zei ik (Bergman dus), dan zie ik Ingrid nooit meer ... En Erlend vroeg: wat wil je? Ik zei: Ingrid zien. Toen zei Erlend: dan moet je daaraan vasthouden." Dan kijkt Bergman de kring van acteurs rond. En hij zegt zacht: Dat was een van de waardevolste adviezen die ik ooit heb gehad. Een actrice die naast hem zit knijpt in haar neus om het snikken tegen te houden. De andere acteurs luisteren stil en roerloos toe. En Frits Abrahams die op de tentoonstelling naar het filmpje gekeken heeft schrijft op de achterpagina van de krant: "Ik zat het videofragment te bekijken met naast mij -er waren maar twee stoelen- een mij onbekende, oudere dame. Wij zaten er even stil en roerloos bij als die acteurs."

Gelooft U in een leven na de dood veelgeliefden?
Gelooft U "dat we elkaar terugzien"?
Het is heel moeilijk om dat te geloven.
Maar de gedachte dat je mensen van wie je werkelijk houdt niet zou terugzien - die is misschien onverdraaglijk, ja om gek van te worden.
Hoe moeten we tegen deze achtergrond aankijken tegen de lange evangelie-passage over de "opwekking van Lazarus" die ik U net heb mogen voorlezen - wat ik elk jaar weer graag doe en een voorrecht vind en een adembenemende ervaring eigenlijk ...

Veelgeliefden, moet je zeggen: wat daar verhaald wordt, dat kan niet en dat is fantasterij, dat is wensdenken ...? Ik denk: dan onderschat je het evangelie en doe je het genie van Johannes tekort die het zo adembenemend heeft gecomponeerd en geschreven - om over Jezus zelf, over wie het evangelie gáát, nog maar helemaal te zwijgen ... Zo gemakkelijk kun je Jezus en Johannes die Hem heeft ervaren niet terzijde schuiven. Daarvoor is het Johannes-evangelie te indrukwekkend en is de impact ervan in de loop van vele eeuwen ook te groot geweest. Onze cultuur en samenleving zijn diepgaand door Jezus en zijn evangelie gevormd geworden. En dat evangelie, zeker ook dat van Johannes, getuigt daarbij ook nog eens overduidelijk van heel veel "gezond verstand" zoals dat dan heet. Johannes schrijft héél precies, met oog voor het détail: "Toen Maria dit hoorde ging ze naar Jezus toe, die nog niet in het dorp was, maar op de plek waar Marta hem tegemoet was gekomen.": We zien het gebéuren vóór onze ogen, van minuut tot minuut als het ware, zich voltrekken tot aan de verbijsterende ontknoping ...

Ik denk, veelgeliefden, de sleutel van de hele tekst vormen de regels: "Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven." Waar Jezus ís, daar kan de dood niet zijn. "Als u hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn" zeggen Marta en Maria, de beide zusjes, "in koor", maar wel: de één na de ander, los van elkaar dus. Zo kennen ze Hem allebei: Jezus en de dood "mengen niet" zeg maar - zoals water en olie ook niet mengen. Jezus en de dood verdragen elkaar niet. Ze stoten elkaar af. Geloven in Jezus is sterker en reikt verder dan sterven. Geloven in Hem kan alleen maar leven betekenen en wel: eindeloos leven, eeuwig leven. Door, met en in Jezus is eeuwigheid de tijd binnengetreden en binnen het bereik van ieder mens gekomen, want Jezus heeft een naam en een gezicht. Hij is concreet en tastbaar. Zo ontmoeten wij Hem met name in de kerk waar Jezus spreekt en waar Hij ons voedt door en met en in wat Hijzelf ís: brood en wijn, Zijn lichaam, Zijn bloed.

"Je wordt zonder doel geboren, het leven heeft geen zin. En als je sterft dan doof je uit. Van te zijn, verander je in een niet-zijn. Het is niet noodzakelijk dat er een God ronddwaalt tussen onze steeds grilliger atomen." Zo dacht Ingmar. En toen ging Ingrid dood. Maar leven zonder Ingrid zien dat kón Ingmar niet. "Wat wil je?" vroeg Erlend aan Ingmar. En Ingmar antwoordde: "Ingrid zien." En Erlend zei: "Dan moet je daaraan vasthouden." En Ingmar zei: "Dat was een van de waardevolste adviezen die ik ooit heb gehad." Vandaar dat ik dat advies vanavond ook aan U geef - met een beroep op Jezus die met dood-zijn niet kan samengaan, die met de dood niet mengt, Jezus die ook de dood zélf niet verdraagt en vast kan houden, Jezus die alleen maar léven kan en anders niets -wat wij hier dus ook voortdurend ervaren. Met een beroep op Jezus zeg ik tegen U net als Erlend tegen Ingmar: Houd vast aan wie U wilt zien en van wie U zodadelijk de naam of: de namen gaat noemen. Amen.