Met gemengde gevoelens komen heel veel mensen vandaag bij elkaar. Allerzielen wordt deze dag genoemd om aan te geven dat we terug denken aan mensen die lichamelijk niet meer in ons midden zijn, maar waar we nog altijd zielsveel van houden. Dan komt in ons dankbaarheid en waardering, liefde weer naar boven, maar ook van verdriet. Die lege plek die door hun heengaan is ontstaan, het gemis van hun nabijheid blijft pijn doen, een pijn die zelden helemaal wegtrekt.
We weten heel goed wat de oorzaak van dat verdriet is. Dat komt omdat we van hen gehouden hebben en dat is nog zo. Liefde is de oorzaak. Liefde draagt altijd het vooruitzicht van verdriet in zich. Wie het risico neemt om zich aan iemand te binden, loopt ook het risico van verdriet om het afscheid. Dat weerhoudt menigeen om na zo'n afscheid weer zo'n nieuw risico aan te gaan. Wie geen intense nieuwe relatie durft aan gaan, loopt dat risico mis, soms ook het onbegrip van naaste omgeving, maar loopt ook de vreugde mis die liefde geeft, geluk.
Allerzielen is de dag van elkaars verdriet. Verdriet kan als een zware steen op je hart liggen."Wie zal de steen voor ons van de ingang van het graf wegrollen", vragen de vrouwen in het evangelie aan elkaar als ze vroeg in de morgen naar Jezus' graf gaan.
Een enkeling zal dat in z'n eentje kunnen, maar samen met anderen lukt dat beter, allen al door het samenzijn voor diezelfde steen. Met woorden kunnen we elkaar helpen, woorden die tranen doen stromen, maar ook wegwassen. In gesprek met elkaar kan een nieuw perspectief zich openen, een weg om verder te gaan na het verlies van een partner, een kind, een ouder, een vriend of vriendin. Het vraagt moed om verder te gaan en dan is bemoediging onmisbaar.
"God houdt van mensen" horen we hier vaak gezegd. Hoe kan Hij dan het verdriet laten bestaan. Alsof een leven zonder verdriet mogelijk is. Verdriet is de andere kant van de medaille die liefde heet. Wie geen verdriet wil, moet ook de liefde niet willen.
Liefde en verdriet horen onlosmakelijk bij elkaar. Daarom zegt de profeet Jesaja in zijn visioen over de toekomst van God niet dat God alle verdriet zal wegnemen, maar wel dat Hij de tranen zal afwissen, de tranen die onvermijdelijk zijn.
Deze avondviering is bedoeld voor de gestorvenen, maar misschien nog meer voor ons, de achterblijvers, achtergelatenen, de overlevenden, de rouwenden, de verdrietigen. Wij zijn, zoals die vrouwen in het evangelie, op zoek naar de gestorvenen. Die zijn niet meer hier; ze zijn waar wij niet kunnen komen. In deze kerkgemeenschap leven wij in de overtuiging dat zij bij God zijn, in zijn licht, al gaat dit ons voorstellingsvermogen te boven.
De profeet Jesaja doet ons vooruit zien naar een toekomst zonder dood als scheiding van elkaar, naar een toekomst waarin wij opnieuw met elkaar verbonden zijn. Dan is de steen van ons hart weggerold om doorgang te geven naar licht en leven, waarheen Jezus ons voor ging.
Verdriet verbindt ons hier vanavond, maar ook liefde die er de oorzaak van is en misschien ook de openheid voor dat visioen van licht en leven.